Uitparkeren

Ik heb naast veel vrouwen gezeten terwijl ’t fout ging. Dat was dan meestal met auto’s. Een enkele fiets. Daar gaat de twijfel over ’t algemeen terloops.
De bravoure van mannen hoest zich er overheen. 2 Of 3 keer kuchen ongeveer. Hard schrapende keel vormt dezelfde rekensom van opgelucht verdergaan.

& Sinds ik dat vermaledijde kastje in de hal heb neergezet lijd ik aan dezelfde kwaal: men zou mij niet moeten zien. Gelukkig ben ik voorbij die fase.
Handig zo’n kastje, ik vergeet nog slechts zelden urgente zaken op weg naar buiten. Ik heb ze daar al uitgestald & raak met ze in de knoop. Of ik raak in een kluts waarbij deze me de tijd geeft om naar bevrijdende gedachten te zoeken: er zijn zinniger dingen om me mee bezig te houden dan vloeken op een meubel of een stuur in z’n achteruit.

Terwijl ’t zo soepel kan lopen op weg naar z’n haven, waar hij ’s nachts tot rust kan komen. Je schuift ‘m er recht in & slaat de hoek om als de stuur z’n vrijheid heeft verkregen. Hij voelt veiligheid tijdens de inzet van de bocht na de laatste staander van dat schijnbaar luchtig kastje. Slechts open wanden, waar planken tussen hangen. Slechts enkele zakken, waarvan hij weet dat de inhoud tot broodmaaltijden zal leiden. Op kniehoogte slechts kratten leeggoed, als overkomelijke niemendalletjes van obstakel (waar ‘trapper meets knie’) van rust. Oud papier zo hoog, waar de koplampen nimmer zullen kunnen reiken, ’t ultieme niveau, in zijn fietserslatijn, brabbelt dat stalen ding van mijn.

Ik ben mezelf steeds weer aan ’t uitvinden, op weg naar de volgende tocht. Probeer daarbij te beredeneren dat wat naar binnen gaat, dezelfde weg kan volgen als je de film terug speelt.
(we vroegen m’n vader wel eens daarom, de 8 mm-filmpjes van familie-happenings: alles zag er dan uit als een fout, de klunzige lichaamsbewegeningen als je er over terugdacht & ’t nog zag gebeuren ook, de klunzigste broer won de hoofdprijs van de gemeenschappelijke toekijkerslach, terwijl hij op de heenweg niets fouts leek te hebben gedaan; z’n koksmuts plots een karikatuur waar eerder vertedering klonk)

Ik beredeneer m’n weg naar buiten, zoveel is wel duidelijk, waar eigenlijk ’t proces z’n oplossing zelf al is. Ik zie mezelf de dag ervoor binnentreden, doe wat shots vooruit, waar de fiets de veilige haven heeft bereikt, maar mis daar plots de aansluiting met waar die nog maar net in zicht kwam.
Ik ben aan ’t binnen komen, waar ik naar buiten aan ’t treden zou moeten zijn. Ik ben niet daar waar ik eerder was, slechts mezelf een weg aan ’t wurmen waar ik straks kan zijn.
De hoek mag ‘tzelfde zijn, ’t pad gelijkend, maar je moet bij jezelf toegeven dat er eigenlijk geen ‘achteruit’ bestaat. De tijd staat ’t niet toe.

De koksmuts is een schijnvertoning in Zijperspace & vaders had een knopje voor de lach.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *