verjaring

Ik kan me nog herinneren dat Quint ooit zei: ‘Ik ben zo zenuwachtig voor Carel z’n verjaardag.’ Dat hij daarom niet slapen kon. Wij moesten er allemaal om lachen. Zenuwachtig zijn voor je eigen verjaardag, dat kon, maar zenuwachtig voor die van je broer, dat was ontroerend, vertederend, maar we deden net alsof we ’t een beetje kinderachtig vonden. We hebben Quint er nog jarenlang mee gepest.
We kregen van iedereen een kado, van m’n ouders een extra grote. De oma’s kwamen ook langs, kregen we wat in ons hand gedrukt. Zo, dat niemand kon zien wat ’t was, maar iedereen kon zien dat je iets moest wegmoffelen. Dan stopten we ’t snel in een broekzak & keken we op onze eigen kamer hoe groot ’t bedrag was.
Ik zal wel een fijne jeugd hebben gehad, zeker zo rond m’n verjaardagen, want ik kijk er elk jaar weer naar uit.
‘Sinterklaas is de mooiste dag van ’t jaar,’ zeg ik altijd tegen kinderen, m’n neefjes, m’n nichtjes, ‘behalve dan je eigen verjaardag.’
& Ik meen ‘t. Hoewel ik dat menen ook wel een beetje kinderachtig vind. Alsof ’t om de kado’s gaat die je krijgt. Ik wil niet dat mensen die indruk krijgen. Daarom vraag ik geen kado’s voor m’n verjaardag. Men mag wat meenemen, maar ’t hoeft niet.
Aandacht. Ik schreeuw om aandacht. Hoewel ik ’t tegenwoordig goed weet te verbloemen. Ik heb me altijd al uitgesloofd. Rende door de gangen van school tussen alle grotere leerlingen door. Had een grote mond tijdens de les. Ik probeerde altijd de 1e te zijn, of maakte anders een leuke opmerking, zodat ik mijn beurt toch niet onopgemerkt voorbijging.
In grote lijnen ben ik nog steeds dezelfde. Ik heb er alleen andere vormen voor gevonden. Men heeft er minder last van. Ikzelf incluis. Er zijn legale vormen van aandacht winnen, heb ik ondervonden. Men is zelfs bereid mij daarvoor te betalen. Of ik ben degene die luid over iedereen uitbrult. Iemand moet ’t doen, zeg ik dan, ik maak dankbaar gebruik van de gelegenheid dat anderen niet zo nodig hoeven. M’n stem heeft zich inmiddels gevormd naar die vorm van aandacht vragen.
Als klein kind maakte ik een dansje. Temidden van de verzamelde familie. Men klapte, men lachte, ik bewoog op de aangegeven maat. Ik was zo’n lekker jong, hoorde ik zeggen. & Ik lachte mee.
M’n broer, 1 jaar ouder, stond afzijdig. Van hem hoefde ’t niet zo nodig, die aandacht. Of men vergat dat hij er was. Dan is ’t op een gegeven moment vanzelfsprekend dat je die aandacht niet meer wil. & Ik werd er steeds afhankelijker van.
Ik kan ’t allemaal wel verklaren, hoe ’t zo gekomen is, waarom ik me er prettig bij voel, waarom ik niet meer anders wil, waarom ’t perse zo moet, & niet anders. Maar liever sta ik zo af & toe nog verbaasd over mezelf. Verrast. Ondanks ’t feit dat ik weet waar ’t vandaan komt. & Hoewel ik weet dat anderen ’t liever anders zien.
Nee, ik blijf mezelf. In zoverre een door omstandigheden gevormd karakter een eigen zelf mag heten. Ik blijf aandacht vragen. Ik vind dat ik ’t leuk mag blijven vinden in ’t middelpunt van de belangstelling te staan.

Daarom, beste lezer, bent u van harte uitgenodigd, as donderdag de 10e april. Ik vier m’n verjaardag tussen 15.00-22.00 uur. Er staat 60 liter bier gereed om weggetapt te worden (zeer speciaal bier & bovendien tamelijk zwaar; ik moet tenslotte m’n naam als bierspecialist hooghouden).
Men hoeft niks mee te nemen, geen kado’s, als men ’t maar leuk vind langs te komen bij de schrijver dezes.

As woensdag meer details over waar ’t gaat plaatsvinden.

Waar ergens in Amsterdam bevindt zich Zijperspace, wordt dan beantwoord.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *