Verlatingsdagboek VII

Er mag geen cliché bestaan. Als wel, mag zoiets zéker niet uit míjn mond komen. Alles wat ik zeg mag gekleurd zijn, beschreven vanuit mijn oogpunt, maar ’t moet nimmer voorbij te veel sentiment zijn. ’t Beroep daarop, bedoel ik dan.

Dat zegt mijn stijlboek.
Er staan ook nog wat regels in over hoe ik m’n woorden gebruik. Hoe ik een toon zet. Wat voor mededelingen te ver gaan. Wie de hoofdrol speelt & wie er juist nooit onderdeel van ’t verhaal mag uitmaken. Er mogen daarnaast ook geen reputaties geschaad worden.
& Nog wat gekriebel. Die anderen gelaten zullen aannemen & ik ondertussen tot essentie beschouw.

Soms voelt die strijd voor ’t juiste woord & de juiste formulering als ik tegen de rest van wereld, waarbij ik mezelf steeds opnieuw andere regels opleg over hoe er op een smaakvolle manier gevochten moet worden.
Een constante herhaling van stijlfiguren dient daar bovendien bij vermeden te worden.

Men zou ’t kunnen beschouwen als een tikkeltje te hoog gegrepen, enigszins afdwalend van waar ’t eigenlijk over zou moeten gaan. Ik zie echter voor mezelf geen andere uitweg. Wil ik bereiken dat ik geloofd word om wat ik zeg, wat me beweegt, waar ik ben & hoe ik daar terecht ben gekomen, dan zal ik, misschien ietwat omslachtig, maar zeker op een zuivere manier, gebruik moeten maken van de beperkte woorden & uitingen die ik tot mijn beschikking heb.

’t Is niet meer dan een stijlboek, strenge regels dus die niet meer dan per ongeluk opgeslagen staan in m’n achterhoofd.
’t Gaat daarbij totaal voorbij aan de mogelijkheid van ’t volgende fragment uit een lange conversatie:

‘Ik heb eigenlijk geen vrienden.’
‘Maar er zijn genoeg mensen die jou door wie je bent erg hoog hebben zitten.’

Ik kruip naar m’n moeder. Ze ligt onder de dekens, waar bovenop haar sprei. M’n vader aan haar linkerzij.
Ik kruip haar tegemoet, hoewel ik weet dat ik ondanks de versplinterend stekende hoofdpijn in m’n kop gewoon stap voor stap dichter op haar toe loop. Rechtovereind. Kruipend evengoed, geveld, op zoek naar open armen.
Ik weet dat dit niet in werkelijkheid gebeurt & dat ’t niet binnen de regels valt, maar ik zie ’t zichzelf afspelen terwijl die conversatie in m’n hoofd wordt herhaald, wordt gerepeteergeweerd.
Stap voor stap dichter naar m’n moeder.

Vals spel in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.