Verlatingsdagboek XI

Soms wil ik fluisteren.
Zachtjes twinkeleren van hoe ’t met me gaat.
Hé, hier ben ik. Dit is waar ik ben. Maak je niet ongerust. Straks ben ik ergens anders.

Maar die fluistertoon raakt alweer verloren als ik die woorden gebruik. Ze schreeuwen harder dan ik me voorgenomen had.
Alsof ik op jullie zit te wachten & niet gehoord heb dat jullie al gearriveerd waren. Ondertussen lipoefeningen repeterend.

Ik doe dat wachten evengoed wel. Maar er is niets wat ik terug krijg als ik dit schrijf. Moet ik blijvend aan wennen.
Ik ben lang geleden hier aan begonnen. Blog, relatie, whatever.
Maar ik ben dus nog net zo ver als toen ik 3 weken geleden een beslissing nam & alles achter me liet waar ik me lange tijd lekker bij voelde.

Poeh, lange zin. Te veel inhoud. Veel zijwegen ook. Zonder dat u dat merkt.

Ik ben elke dag blij als ik de gelegenheid krijg andere mensen te zien.
Veel te blij. Schuldig bijna dat ik dat zo voel. Ik steel andermans gevoel.
Schrijven doe ik daarna pas. Oprapen wat er in m’n geheugen aan gevoelens begraven zit.

Ik wil dat er gelezen wordt. Dat wat ik zeg mogelijk zin heeft. Ik die m’n hoofd heeft gestoten, z’n hoofd daarom door blijft stoten, net zo lang misschien tot ’t tot bloedens toe stil houdt.
Dus geen beelden meer. In ieder geval niet meer van die verkeerde beelden die me bedriegen of me juist exact vertellen hoe ’t er op dit moment voorstaat.

Zijperspace is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.