Ververhaling

Ik luister naar muziek die ik op m’n begrafenis zou willen horen. Of uitvaart, net wat jullie beter uitkomt & waar de muziek luider & gedragener kan klinken. Later, later, vertel ik meer over die muziek & sleep iedereen mee naar die afspeellijst. Zodat ik de kans krijg om uit te leggen waarom & hoe & nog wat vraagtekens die uiteindelijk zelfs voor de goede verstaander niet geheel beantwoord blijven.

De truc is om diverse verhalen tegelijk te vertellen. Dat er tussen de zinnen door gelezen kan worden. Soms is zelfs een interpunctie genoeg om iemand terecht te laten komen op een plek die dichtbij zou kunnen liggen waar je je leesslachtoffers uiteindelijk bijna zou willen hebben.
Dat heb ik inmiddels door.
Ze mogen nooit ’t idee krijgen dat ze er helemaal zijn; ze moeten ’t kietelen voelen. ’t Kietelen van een mogelijk einddoel. & Dan blijkt dat slechts ’t einddoel van de tekst.

Zo klinkt die muziek, m’n speellijst. Ik weet niet of dat ratjetoe van muzikanten dat zo bedoeld heeft. Zo met z’n allen met elkaar met iedereen afzonderlijk op volgorde van een hussellijst die je zelf kan besturen ook al heb ik ze bij elkaar gezet.
Maar poeh.
Poeh.

Ik schreef een tekst over een muis. Een mogelijke muis. Ik kwam er vandaag achter dat ik dat ooit gedaan heb. Iemand had die post gelezen, waardoor ik opnieuw van mezelf & m’n toenmalige muis op de hoogte gebracht werd.
Ik beschrijf m’n woning, een soortement onderweg naar die muis. Een beschrijving vanuit ’t standpunt van de wc-zit, op de wc-bril, met voor me een boek om de tijd niet te verdoen. Er is even nodig om alles te beschrijven vanaf die positie & vanaf waar ik nu bezig ben te typen geloof ik wel dat ’t redelijk overzichtelijk is. Men zal zich niet alle aspecten van m’n huis voor kunnen stellen, maar hij staat er wel. ’t Is een lichte imprint van hem, m’n huis, waar ik leef.

Alleen die muis. Die mogelijke muis in m’n huis met z’n mogelijke piep.

Afgelopen middag, dat wat voor de lezer gister of langer geleden blijkt te zijn, werd me door een vrouw gevraagd, we waren beiden 2 bieren verder, welke nederlandse schrijvers me aanspraken toen ik alleen nog literatuur las.
Nog ff horten met dat er momenteel alleen nog maar natuurboeken bestaan voor me. Ook op de wc. Hoewel ik die opmerking oversloeg. Maar ik had ’t kunnen hebben gedaan. Gemaakt.
Albert Alberts kwam er als 1e uit. Nescio werd 2st gekwalificeerd door m’n mond die meestal sneller is dan m’n gedachten.

Waarom ik dit allemaal vertel? Waarom zit u hier & ik ergens verscholen in een duistere hoek waar iedereen mij kan verstaan, maar mij niet kan raken?
Alberts & Nescio stelden niet al te veel vragen, een komma was genoeg. Een witregel.
& Ik leef nog steeds in datzelfde huis waar een muis was die piep deed. Probeer dat maar eens voor te stellen. Probeer dat eens.

Mijn dagen zijn ‘tzelfde, steeds weer. Van ontbijt tot ik ga naar bed. Er zijn slechts variaties die belangrijke dingen vertellen. Daar heb ik kleine dingen, een beetje woorden, voor nodig. Ik waag te geloven dat bij anderen dit ook zo is.
Per ongeluk schiet ik weer eens uit & gebruik ik net iets te veel.
Geen Alberts, geen Nescio.
Maar kent iemand Ozu?

Maar misschien ga ik te snel. Ik lijk jullie de mogelijkheid niet te gunnen om de ruimte die mij omhult goed genoeg te kennen om te weten dat er meer is dan een toilet, een plakje kaas geschaafd in morgengloren, een kilometerteller die, terwijl dit gelezen wordt, me zegt hoever ik dan onderweg ben, een slaapliedje dat m’n mond bij aankomen…

Sssst in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *