verwijsbriefje

‘Je hebt ’t me al een keer verteld,’ zei ik tegen de therapeute, ‘maar ik moet ’t even goed in m’n hoofd hebben: voor de verzekering heb ik dus een verwijsbriefje van m’n huisarts nodig & die stuur ik meteen naar ze toe tegelijk met de rekening?’
‘Ja,’ zei m’n podoloog, ‘’t hoeft natuurlijk niet meteen, maar dan kan ’t zijn dat ze ’t uiteindelijk toch willen. Dat zorgt er alleen maar voor dat je langer op je geld moet wachten. Want dan gaat er extra post heen & weer. Je kan ’t dus net zo goed meteen erbij stoppen.’

Dus belde ik m’n huisarts. Ik kreeg de assistente aan de lijn.
‘Dat moet kunnen,’ zei ze nadat ik ’t had uitgelegd. ‘Wat voor verwijzing moet ’t zijn?’
‘Voor een podoloog. Een podo-therapeute, zo noemt ze zichzelf. Ik had nl nieuwe zooltjes nodig. Die heb ik ondertussen al, vanochtend gekregen, maar ik moet ’t dus vergoed zien te krijgen van de verzekering.’
‘Ik heb ’t straks er even over met Wijsmüller. Dan kan je ’t morgen komen afhalen.’
‘Morgen kan ik niet. Is er ook een mogelijkheid dat ik ’t vandaag aan ’t eind van de middag ophaal?’
‘Ja, maar dan ben ik er niet. Dan moet je in de wachtkamer gaan zitten tussen 2 & ½ 4 & aan Wijsmüller vragen zogauw die komt.’
‘Die weet er dan al van?’
‘Ja, ik leg ’t hem straks voor.’

‘Wie was er aan de beurt?’ vraagt Wijsmüller als-ie de wachtkamer betreedt.
Ik had al meerdere openingszinnen voorbereidt. Ze waren allemaal de revue gepasseerd. Om zo snel & zo duidelijk mogelijk terzake te komen. Voor een doorverwijsbriefje wil je zo snel mogelijk weer buiten staan. Vooral als ’t slechts een administratieve handeling is.
Maar op een gegeven moment ging ’t me bevreemden dat ik zelfs voor zo’n simpel briefje zoveel voorbereiding in m’n hoofd aan ’t plegen was.
‘Ik kom alleen maar voor een verwijsbriefje,’ zeg ik. ‘Dat zou klaar liggen.’
Ik krijg de volle aandacht van de huisarts. De andere bezoeker van de praktijk zal moeten wachten.
‘Had je er over gebeld?’
‘Ja, vanochtend. Met de assistente.’
‘Ze heeft niets verteld. Ze is net nieuw. Ze zal allerlei dingen nog moeten leren,’ vertelt-ie snel terwijl-ie de deur naar z’n kamer wijd open gooit. ‘Kom maar even mee.’
Ik loop achter ‘m aan. ’t Gaat zo nonchalant dat ik niet weet of ik de deur achter me moet sluiten. Is ook niet belangrijk, denk ik snel, bij sommige huisartsen voel je je meteen op je gemak.
‘Hoe is ’t trouwens met je schildklier afgelopen?’ zegt Wijsmüller in een ½e draai.
‘Oh, ik heb de ziekte van Graves,’ zeg ik als we ’t kamertje van de assistente betreden. ‘Ik krijg nu medicijnen om m’n schildklier stop te zetten, & thyrax slik ik nu 2 weken om T3 & T4 weer toe te voegen.’
Vooral meteen laten merken dat je weet wat er met je lichaam gebeurt.
‘Even kijken, waar ging ’t om?’
Ik leg ’t weer uit. Hij pakt de juiste verwijskaart & begint te stempelen & schrijven.
‘Wat was je naam ook al weer?’
‘Zijp.’
‘Sorry, hoor, dat ik ’t moet vragen.’
Ik lach: ‘Geeft niks. Ik kan me het wel voorstellen met zoveel mensen in de praktijk.’
‘Dat is ’t niet. Want ik onthoud precies wat mensen hebben als ze bij me zijn geweest. Maar als ze een ½ uur geleden weg zijn gegaan, ben ik hun naam alweer vergeten. Alsof ik ze te weinig aandacht heb gegeven. Kijk eens.’
Hij overhandigt me ’t briefje. ’t Voelt alsof ik fraude pleeg, want de zooltjes zitten al in m’n schoenen. ’t Zal zo wel horen, stel ik mezelf gerust.
‘& Sterkte ermee.’
‘Dank je.’
We schudden elkaar de hand. Dat hoort er ook altijd bij. Ook al lijkt-ie haast te hebben. Huisartsen horen haast te hebben, tenzij ze tegenover je zitten.
Via een andere deur als waardoor ik binnen ben gekomen verlaat ik de kamer van de assistente. Wijsmüller neemt de weg terug, om de volgende patiënt te halen. Ik hoor z’n ontspannen stem praten met de man in de wachtkamer als ik de deur naar buiten neem.

We voelen ons gesteund als we de wegen bewandelen in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.