vlooienpoten

Ik heb nooit begrepen waarom kinderen elkaar moeten pesten. Iemand die zwakker overkomt, moet nog ff xtra de grond ingedrukt worden, om degene die pest ’t gevoel te geven hoger te staan in de hiërarchie van de schoolklas. Ik heb er nooit echt aan meegedaan, zover ik me kan herinneren. Dat kwam misschien doordat ik in ’t begin van de middelbare school zelf gepest werd.

Ik was op de lagere school bevriend met Casper. Vanaf ’t moment dat-ie bij ons op school kwam, ging ik dagelijks met ‘m om.
We hadden ’t geluk dat we naar dezelfde Havo/Vwo-school gingen & bovendien in dezelfde klas werden geplaatst. Maar wat heet geluk als je vriendje al snel andere vriendjes opzoekt & zich af probeert te zetten tegen je?
’t Leek alsof Casper zich voor me schaamde, want hij zette z’n nieuwe vriendjes tegen me op. De langste & sterkste, Sjaak, moest me tijdens gym in een houtgreep nemen & boven op me liggen, zodat ik me niet kon bewegen. Men kreeg de opdracht m’n tas met boeken tijdens de pauze te legen. Dan werd-ie op z’n kop gezet & was ik gedwongen op m’n knieën er weer orde in te brengen. Door m’n knieën gaan was al een vernedering, omdat ik zodoende niet kon zien wat ze nog meer bekokstoofden. Als ik dan eindelijk m’n schooltas gevuld had, werd ik door de 1 opzijgeduwd & de ander leegde de tas weer.

& Toch bleef ik me aan Casper vastklampen, want hij was nou 1maal m’n enige vriend op de nieuwe school. Maar des te harder ik z’n vriendschap van hem verlangde des te doortastender werd hij in ’t afwijzen ervan. Tijdens een kennismakingsweekend op Texel mocht ik me niet meer in zijn omgeving begeven van ‘m, dus ook niet naast ‘m fietsen. Ook al waren we bij elkaar in de groep gezet voor de puzzeltocht. Alle oplossingen die ik aandroeg waren zijns insziens fout. Ik had daar niets tegen in te brengen, want hij had de leiding over ’t groepje van 6 al op zich genomen.

’t Ging verder. Na ’t schoolreisje stookte hij de rest van de klas tegen me op. Ik werd ’t middelpunt van bijna alle pesterijtjes.
’t Meest fanatiek daarin was Jessica, op de leeftijd van 12 jaar al een haaibaai. Zogauw ze me tegenkwam schold ze me uit. Ik was me van geen kwaad bewust, want ik had nog nooit een poging ondernomen om met haar een praatje aan te gaan. & Ondanks mijn teruggetrokkenheid vond ze me blijkbaar niet om uit te staan.
Vooral tijdens de gymles liet ze dat merken. Ze kon geen aanmerkingen hebben over m’n prestaties, daar kon ’t niet door komen, want door m’n lenigheid stak ik ver boven ’t gemiddelde van de klas uit. Over m’n lengte ook niet, ook al was ik de kleinste, want ze was zelf nauwelijks groter dan ik.
Dus moesten ’t m’n benen worden. Door m’n dunne huid waren m’n aders duidelijk te zien. Ik had me nooit gerealiseerd dat dat vreemd zou zijn, maar Jessica wist me er van te doordringen.
‘Hè, gatsie, jij hebt vlooienpoten, je kan er alles doorheen zien,’ was de 1e opmerking.
Daarna klonk ’t meermaals tijdens de gymles: ‘Daar heb je Ton met z’n vlooienpoten.’
Als er bij een spel iemand getikt moest worden & ik dicht bij haar in de buurt kwam, riep ze al snel: ‘Rot op, met die gore poten van je.’

In de loop van ’t jaar werd ’t pesten minder, omdat ik vriendschap met 2 andere jongens sloot. & Als men 3 mensen tegelijk moet pesten, komt ’t over ’t algemeen niet zo hard aan. We hadden wel wat anders te doen dan luisteren naar hun.

Van de week zag ik Jessica werken bij de ABN/AMRO in Den Helder. Ze had een ABN/AMRO-pakje aan. Nog steeds ‘tzelfde gezicht waar geen vrolijke glimlach vanaf te lezen viel. Dezelfde haaibaai, maar nu 38 jaren oud.
Ik vond ’t er treurig uitzien, besloot ik bij mezelf. Ik had die groene pakjes al eerder bij de filialen in Amsterdam waargenomen, maar nu een oud-klasgenote er in liep, vond ik ’t algehele truttigheid & burgerzin uitstralen.
Buiten horeca-werk in de Rode Hoed heb ik nooit iets gedragen wat voorgeschreven was. Ik ben blij dat ’t met mij wél goed gekomen is.

& Dat uniformiteit niet bestaat in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *