voort

Of ik zin had in Sinterklaas, zo bereikte me een bericht van Piet via meel.
Die Piet moest dit keer Jan zijn. Want hun adressen leken wel heel erg op elkaar. Bovendien bleef ’t meelprogramma de afzender aldoor maar aanduiden als Jan. ’t Zou hooguit kunnen dat z’n vrouw zich als meelpiet had verkleed.

Ik reageerde meteen dat ik er niet zo’n zin in had. Ik hoop dat jullie ’t me niet kwalijk nemen, schreef ik erbij, maar de drukte trekt me niet.
Ik trek de drukte niet.

Ik wist ’t niet van mezelf, tot vriendinnetjes me ’t zeiden. Er was geen maat aan mij als ik bij familie was. Ik moest & zou in ’t middelpunt van de belangstelling staan. Schreeuwen, springen, grappen maken.
Ze vonden me niet leuk als ik bij familie was.
Maar dat komt, legde ik uit, omdat we in een vastgeroest rollenpatroon zitten. Als we elkaar weer zien, gaan we ons automatisch weer gedragen alsof we met z’n 8-en bovenop elkaar zitten.
Ik had me de strategie aangewend mijn plek te eisen door om aandacht te schreeuwen. De concurrentie werd door mij ondergeschreeuwd.
Daar hoeft je moeder toch niet onder te lijden, was de repliek die ik kreeg.
Mijn vriendinnen hielden ’t niet lang vol. Ze vonden ’t dan jammer m’n moeder niet meer te zullen zien.

Er waren nog wel meer redenen waarom ik me zo gedroeg, weet ik nu. Maar da’s allemaal achteraf. & Ik hou niet van achteraf, ook al weet ’t veel waarheden in zich te bergen.
Ik ging ergens anders zitten tijdens familiebijeenkomsten. Me inhouden op m’n kamer van vroeger (als ’t uit was met zo’n vriendinnetje, was ’t tijdelijk weer helemaal die van mij). Proberen de impulsen er onder te houden. Niet gestimuleerd te worden door de vele dingen die er om me heen gebeurden.
Ik hield me in. & Irriteerde me. Vooral aan mezelf.

Nee, liever ging ik iets ondernemen met de broers, liet ik Jan weten, ook al had-ie zich voorgesteld als Piet. Waar we ’t laatst over hadden gehad, meelde ik ‘m. Wat we over de telefoon hadden overlegd. Ik had ’t inmiddels ook al aan Theo voorgesteld, liet ik ‘m weten.

Geen schoonzussen, geen neefjes & nichtjes. Wandelen & mijmeren over hoe we waren met z’n 6-en. Kijken hoe of die 6 nog bestaan in een groep waar nog maar 5 van deel uitmaken.

Ik zie ons al lopen.
Maar ik zie niet hoe we grappen gaan maken. Er zal iets ontbreken om die grappen aan te sturen. Een evenwicht, een balans waar we aan gewend geraakt zijn.
5 Ipv 6. ’t Pad waarover we zullen lopen zal te breed zijn. In zo’n situatie is er altijd iemand die in z’n 1tje een groep moet vormen. Of hangt als 3e een beetje aan ’t lijntje van ’t gesprek van 2 anderen.

Ooit zullen we ’t moeten proberen. Kijken hoe ’t is. Even wennen aan de niet meer vastgeroeste verhoudingen. ’t Ontbreken van de eega’s er ook nog bij.
& Terwijl we grappen maken om ’t hardst, niemand die zich er ditmaal aan stoort, de echo’s raken verloren in ’t landschap & worden bedolven onder ’t stampen der zolen, stappen we ferm voort.

& Keren misschien wel nooit weer in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *