Weblogmeeting 3.0

We zouden samen komen. Zoals toen, vroeger, zoals altijd zo leek ‘t, want onze herinnering had veel vervormd: in ’t Vondelpark, Amsterdam.
Maar terwijl we met onze eigen onbenulligheden bezig waren, daar zijn niet alleen bloggers goed in, zo’n beetje elk mens, maar god heeft de blogger geschapen om onbenulligheden zichtbaarder te maken & dat voor anderen te laten stralen, werden we ingehaald door wat ondertussen geschiedenis is.

Je vraagt je dan af hoe ’t zou zijn geweest als de crisis een oorlog was, of 1tje in wording, of een ramp, een evacuatie wellicht. Zouden we dan nog wel verslag blijven geven, in ’t openbaar, met een instant verbinding naar andermans beeldscherm, van hoe ons leven doorgang vindt?

Nu was ’t een ziekte met een serieus te nemen verspreidingsfactor & een bedreigend hoog percentage slachtoffers.
De deur ging op slot. Denkbeeldige rantsoenering begon, hamstering volgde. Dichtbij elkander werd een verleden tijd, tenzij familie, aanraking slechts voor ouders & kinderen, doctoren & andere verplegenden. Met steeds ’t risico ziekte & dood dreigend op de achtergrond.

In die atmosfeer was bloggen nog wel mogelijk. ’t Onbenullige, dagelijkse, kleine, dat kreeg opeens veel grotere proporties. Met je neus bovenop iets zitten doet ’t groeien, daar heb je geen vergrootglas voor nodig: ’t constant er naar moeten kijken zorgt al voor maximalisatie van ’t pietepeuterige. & Als iets groter wordt ervaren is er over schrijven gemakkelijk.
De lijflog herboren.

We zouden meeten. Elkaar ontmoeten, voor hen die de blogtaal niet machtig zijn.
Opnieuw meeten. Er stond ergens in een boek, Bloghelden van Frank, wanneer we dat voor ’t laatst hadden gedaan.
Oproepen werden geplaatst, Datumprikker ingevuld, favoriete datums werden zichtbaar.
Maar toen we de meest favoriete hadden bereikt was die datum vergeten & vervangen, verdrongen door zaken die belangrijker waren, waaronder de intelligente opsluiting die inmiddels gemeengoed was geworden. Social distancing was er ook, een vertaling om de afstand nog wat groter te maken. Of eigenlijk de ontwijking van vertaling hoewel die bestond, met een subtiele dwang tot gevolg, zodat die afstand kon worden gevoeld.

We zijn gister uiteindelijk gaan meeten, middels ’t hulpje Zoom. Een clubje van 4.
De deuren waren inmiddels op een kier. Er mocht alweer legaal buiten geleefd worden. Borrels genoten. Natuur beleefd.
Maar ondanks dat, wellicht ook door ’t slechte weer, haalden we ’t getal van vier.

Zo’n getal lijkt onbelangrijk, want niet groot genoeg waar 30, misschien wel 50 er niet waren om ook te ontmoeten. Maar ’t deed me wat meer beseffen waar we mee bezig waren, al die tijd.
We schreven een document van onze tijd, uitgespreid over een kleurig tapijt van weblogs van divers allooi, teint, smaak, doel. We schreeuwden, fluisterden, proefden van iets & maakten dat kenbaar door ons privé-kanaal naar openbaar.

Zojuist, terwijl ik schrijf, gooit Nico van 1-hoog een gieter om. Een korte stortvloed golft, spettert, druipt uiteindelijk naar beneden.
‘Emmertje omgevallen?’ roep ik door de keukendeur naar boven.
Hij legt uit, excuses & even bang voor schade. Ach joh, kan gebeuren.
Zo maken we contact. Zien we weer dat we leven. Een onverwachte beweging doet dat gebeuren.

Maar soms wil je groter zijn dan dat je bent. Daarvoor is er dat weblog, een venster van een kleine wereld de grote in. & Dan merk je soms dat mensen zien dat je leeft. Dat ’t waarde heeft dat er geschreven wordt. Een verslag van alles, ook al lijkt ’t soms niets. Waar ’t onbelangrijke weer belangrijk wordt, er wordt immers geleefd.

& Bijna niets, dat is Zijperspace, bijna.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *