weerwoord

‘Ik heb nog een foto van je liggen,’ zegt de dame.
‘Ja, ik weet ‘t,’ zeg ik.
Ze heeft ’t me al een aantal keren verteld.
‘Je hebt die hele stapel glazen bij je op die foto. Da’s zo’n mooi gezicht.’
‘Leuk.’
‘Ik moet ‘m nog steeds een keer meenemen.’
Ik wil zeggen dat mensen dat wel vaker beloven, dat men al heel vaak een foto van me genomen heeft. Dat ik gewend ben even stil te staan zodat mensen die foto kunnen nemen.
Maar dat zeg ik niet.
In plaats daarvan: ‘Ik vind dat alle vrouwen een foto van mij thuis zouden moeten bewaren.’
& Loop door voor de rest van m’n ronde.

Blij dat ik m’n mond deels gehouden heb, want 5 minuten later blijkt ook Marjem een foto van me thuis te hebben. Haar vriendje zit ernaast als ze ’t me vertelt. ’t Is al helemaal niet bijzonder meer om mij op de foto thuis te hebben liggen, bedenk ik me.
Ondertussen krijg ik nog meer glazen & pindabakjes aangereikt.
‘Ik wil maar 2 pindabakjes,’ zeg ik.
Maar er zijn alweer 3 onderweg. Toch pak ik er maar 2 aan. Stop ze in m’n achterbroekzak. Aan de voorkant zit er al 1.
‘t 3e Pindabakje hangt nog ergens in de lucht. Ze willen perse dat ik die ook meeneem.
‘Waarom neem je die nou niet mee?’ vraagt Marjem.
‘Dat zou slecht zijn voor m’n nageslacht.’
Ik heb m’n antwoorden al klaar.
‘Ja, dat kan ik zien,’ zegt een vriendin van Marjem, schuin achter me, ‘je achterbroekzak staat helemaal bol.’
‘Ja, & dan keer ik me maar niet om,’ zeg ik, ’want jij lijkt er kijk op te hebben. Anders zou je kunnen zien dat datzelfde geldt voor de voorkant van m’n broek. Maar ook dat is slechts een pindabakje.’
Gegiechel. Ooh, & aaah, uit meisjeskelen. Hun vriendjes gniffelen luid. Maar ik loop door. De glazen moeten naar de bar.

’t Ziet er indrukwekkend uit,’ luidt ’t commentaar als ik ’t terras aan ’t vegen ben.
Veilig vanachter de heggen hoor ik ’t weerklinken. Daar waar iedereen de fietsen van slot af aan ’t halen is. Om op weg naar huis of volgende kroeg te gaan.
Een brede bezem is m’n gereedschap. Dat kan ’t niet zijn. Eerder ’t zweet dat zonder moeite in straaltjes m’n hoofd afloopt. & ’t Feit dat ik onafgebroken doorga. Daar houd ik ’t maar op.
‘Ach, ik kan nou 1maal nergens maat mee houden,’ zeg ik, terwijl de stofwolken omhoog stuiven.
‘Heerlijk, zo’n vent,’ zegt de dame tegen haar man.
‘Ja, wacht maar tot je in mijn lichaam zit,’ zeg ik.
De meisjes lachen. Hun vriendjes ook. Ik doe ’t goed vandaag bij de vriendjes van.
‘Spannend,’ zegt 1 van de vriendjes.
‘O ja,’ verzucht ik. Een wolk van zand dwarrelt om me heen, blijft deels plakken aan ’t zweet op m’n voorhoofd. ‘Maar ’t zou fijn zijn als jij ’t niet zei, maar dat alle vrouwen zwegen & ’t ondertussen dachten.’

Ze stappen echter op hun fiets & verdwijnen alras uit Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.