wending

Ik had er afgelopen zomer last van. Ik vertelde ‘t ’s ochtends vroeg aan m’n buren, waarmee ik een weekendje op stap was, op een camping in Duitsland. Dat ik niet zo goed sliep, omdat ik me bijna niet op m’n zij kon keren.
‘Als ik me op m’n zij keer, dan blijven m’n benen tegen elkaar aan plakken.’
M’n buurvrouw is verloskundige, & vanuit de kennis die ze daarmee vergaard heeft, reageerde ze: ‘Ik zeg dan altijd tegen de zwangere vrouwen: “Dan moet je een kussen tussen je benen leggen.”’
Dat was nou net niet mogelijk, vertelde ik, want mijn slaapzak was daar te smal voor. Ik kon hooguit de binnenhoes tussen m’n benen frommelen. Of me geheel & al uit de slaapzak wringen, maar dat kon alleen als ’t écht te warm was.
’t Was echter wel precies wat ik thuis ook altijd deed, zei ik erbij, m’n kussen tussen m’n benen. Of eigenlijk de 2e kussen, m’n reservekussen.
Al jaren gedraag ik me als een zwangere vrouw, besefte ik me.

Ik ben nog in de tijd opgegroeid dat ’t dekbed niet bestond. We werden ingepakt in een paar lagen dekens. Laken eronder. Die stak dan boven de dekens uit, werd omgevouwen, zodat je armen in ieder geval niet tegen de kriebelige dekens hoefden te schuren. Alles wat uitstak, werd strak onder ’t matras gestoken. Je zat gevangen in een pakketje. Naarmate ik groter groeide werd er meer losgelaten. Een hoekje bovenin bleef vrij, zodat er wat meer bewegingsvrijheid kwam. Anders woelde je dat gedurende de slaap wel los. ’t Lichaam werd gelang de jaren onstuimiger, krachtiger.
Nu dus een dekbed.
Een verschrikking voor de moeders van die tijd. Want je hoeft maar te wapperen met ’t bed & ’t ligt goed. Dus doet men ’t helemaal niet. ’t Ligt toch al goed. Zo denk ik er tenminste over. Als ik ’s avonds ’t bed in stap, dan maakt ’t niet uit hoe ’t er voor staat. Ik ga op m’n vaste plekje liggen, wapper om me heen met ’t bed, kijk of ’t goed valt & keer me om. Gebeurd.
‘Kan je nou niet eventjes je bed netjes opmaken?’ vraagt m’n moeder steevast als zij ’t onder ogen krijgt. ‘’t Kost toch geen moeite om ’t even netjes recht te trekken?’
Ik geef haar gelijk, maar denk erbij dat ik ’t dan net zo goed bij ’t slapen gaan kan doen.
‘Er komt toch niemand op m’n kamer,’ zeg ik tegen m’n moeder.
Als ’t dekbed al niet bestond, dan had ik ’t zelf wel uitgevonden.

Die 2 dingen dus, gecombineerd. Een dekbed & een kussen. Daar wilde ik ’t over hebben. Omdat ik er vanochtend achter kwam.
Niet dat ’t van enig belang is, maar ik moest er vanochtend wel even over nadenken, toen ik ’t me liet gebeuren. Je moet iets met je tijd, & ’s ochtends als ik wakker word, heb ik daar net even meer van, van die tijd. Dus denk ik na. In dit geval over ’t dekbed & de kussen. M’n buurvrouw & m’n moeder, maar dan andersom.

Dat kussen ligt meestentijds naast me. Voor ’t geval dat. ’t Geval dat ik ‘m nodig heb. Ik ga op m’n zij liggen & ik wil dan m’n kussen hebben om van z’n diensten gebruik te kunnen maken. Hij moet onmiddellijk tussen m’n benen passen.
Naast me dus. Soms een beetje ½ over me. Dan dekt-ie dat kleine blote stukje van m’n schouder af, tegen de kou. Omdat m’n dekbed een beetje verschoven is, door ’t woelen dat ik nog steeds niet verleerd ben. Naast me, aan de rechterkant. Rechts, terwijl ik op m’n rug lig. Anders zou ’t links zijn. ’t Is de rechterschouder die bedekt kan zijn.
Dit om de situatie duidelijk voor te leggen.
Ik lig op m’n rug. Kussen rechts naast me. M’n schouder wordt er een beetje door bedekt. ’t Dekbed ligt over alles heen. Behalve dan dat kleine stukje rechterschouder, & dat kleine stukje kussen dat op m’n rechterschouder ligt.
Ik ben er achter gekomen, vanochtend, & dat wilde ik even kwijt, ’t is weliswaar niet hoogstaand, maar ik moest er vanochtend wel even over nadenken, & alles waar je over nadenkt, dat vergt tijd, is derhalve wel degelijk van belang, want je gaat ondertussen gewoon verder met ademhalen, je laat tijd voorbij gaan, je onderneemt verdere stappen richting ’t uiteindelijke onvermijdelijke einde, wie is gerechtigd om te zeggen dat een bepaald onderscheid in onderwerp om over na te denken bepalend is voor de diepgang die je zelf in je geestelijk leven stopt & welke criteria hanteert een dergelijk persoon dan wel; ik ben er achter gekomen dat als ik me in zo’n geval omdraai op m’n linkerzij, ’t kussen, & daarmee tevens ’t omhullende dekbed, automatisch mee keert. Aan m’n rechterzij verklonken. Ik draai mezelf dus bloot. Onmiddellijk gereed om ’t bed te verlaten.
Ik stond er vreemd van te kijken. Of eigenlijk lag ik er vreemd van te kijken. & Ik heb er even over nagedacht.

We spenderen er veel woorden aan, maar dit om duidelijkheid te scheppen over ‘tgeen zoal gebeurt in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *