whoppe

In ‘t 1e veldje dood, betekent opnieuw beginnen.
‘Nog 1 keertje,’ denk ik voor de zoveelste keer, ‘want dit was niet echt.’
Ik probeer er relaxed bij te zitten, een beetje achterover; ’t moet vooral niet zo zijn dat ik stress aan dit spelletje overhoud. Dat was vroeger.

Toen speelde je 1 spelletje voor een gulden. Lang geleden. In de koffieshop. Biertje aan de linkerkant, asbak met peuk aan de rechter. Je wist precies wanneer er tijd was om een trekje te nemen.
Als Pink aan de kast had gezeten moest er meteen gepoogd worden zijn nieuwe record te breken. Pink was altijd net even eerder aan een nieuw record toe. Wij volgden hem. Over z’n schouder keken we mee, trucjes afkijkend. Om die bij de volgende gulden zelf uit te proberen.
De joystick kleddernat.
Pink leek er nooit moeite voor te doen. Hij kwam op een gegeven moment aanlopen, bleek een gulden te hebben, tilde z’n korte benen op, over de kruk heen, legde z’n peuk in de asbak (mocht niet meer op ’t beeldscherm liggen) & begon nonchalant te spelen. Pas als z’n pacman ingesloten raakte, liet-ie door een korte tik op de kast merken dat er ook bij hem sprake van spanning was.

Als ik wakker word loop ik naar de computer toe. Ik kijk even of ik meel heb, wil vervolgens thee gaan zetten, maar bedenk dat ik dan net zo goed 1st een spelletje kan spelen.
Even, 5 minuutjes.
‘’t Gaat nu vast beter,’ denk ik dan, ‘nu ik nuchter ben, niet moe.’
& Dat wil ik mezelf vervolgens bewijzen. Ik bouw theorieën op over mijn gemoedstoestand & ’t daaraan gerelateerde prestatievermogen, reactiesnelheid ook. Probeer ’t te staven.
Alleen maar om de gelegenheid te krijgen een spelletje pacman te spelen.
Terwijl ik allang al weet dat ik niet de goede versie op m’n computer heb staan. De monsters reageren niet zoals ’t hoort. Naarmate je verder komt veranderen de velden niet. De schema’s waarmee je vroeger in 1 keer ’t hele veld leeg vrat gelden bij deze versie niet.
Toch blijf ik steeds opnieuw beginnen.

Als ik thuis kom van werk.
Als ik wacht tot de magnetron klaar is met m’n eten opwarmen.
Vlak voor ’t slapen gaan.
’s Ochtends vroeg.
Als ik niet kan slapen.
Ik krijg ’t hoofdstuk niet uit.
Tijdens de rust van de voetbalwedstrijd.
De Nederlandse kampioenschappen baanrijden duren lang.
Terug van de wc.
Klaar met douchen.
Nog net even, 10 minuten voor m’n werk.
Het stukje tekst wil niet.
Als ik uit m’n stoel opsta.
Als ik de tuindeuren opengooi.
Tijdens ’t nadenken.
Na afloop van ’t nadenken.
Om niet te hoeven nadenken.

‘Whoppe-whoppe-whoppe-whoppe-whoppe-whoppe-whoppe-whoppe-whoppe-whoppe-whoppe-whoppe-whoppe…….’

& Uiteindelijk gaat alles dood in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.