WIA

Ik sta in een postzegel. ’t Heet natuur, maar ’t staat op zichzelf. Wat er niet is, moet heel veel moeite doen om er te komen, tenzij sterke vleugels. Maar als eenmaal aangekomen, zal ’t gekoesterd worden. Indien ’t niet alleen kwam, dat is.

Tineke vroeg mij: ‘Maar wat had je gedacht van dit gesprek? Dacht je dat je volledige WIA zou krijgen?’
‘Nee, ik dacht helemaal niets,’ antwoordde ik. ‘Ik dacht hooguit dat ik alleen maar gehoord zou worden, m’n verhaal kon doen.’
‘…maar ik zal wel iets van een gedeeltelijke WIA krijgen,’ voegde ik na enig privé-gemijmer daaraan toe.

Ik denk tegelijkertijd, ik wil me daarbij bedenken, dat dit een tijdelijk verhaal is. Tineke realiseert zich tegelijkertijd ’t volgende moment, wakker geschud door een binnengekomen bericht, dat ze zich moet laten testen. Ik heb een andere test, in ’t huidige, ’t nu, misschien wel ’t ‘historisch’ wordende heden, moeten ondergaan. Waar zij in ’t synchrone tijdstip, op een ander niveau, ook bezig is, maar met een ander, nu.
De echo klinkt alvast vooruit.
Maar ’t lijkt alsof we beiden in ’t oordeel van straks, zij mogelijk Corona, ik mogelijk WIA, tezamen veroordeeld, tezamen in afgesloten isolatie, al in een aflopend tijdperk zijn aangeland. Waar de hoofdletters zich doen gelden, waar de rug knakt door ’t gewicht van de importantie daarvan.
’t Is vreemd hoe historie 2 kanten op lijkt te groeien terwijl ’t nog bezig is genoteerd te worden.

Dat is: rolt, zwalkt, dreinst door/in m’n hoofd terwijl ik op een eiland sta, die postzegel, & contact heb met de buitenwereld, die ondanks mijn zelf verkozen afwezigheid mij altijd weet te bereiken.
We spreken met elkaar. Ik & de andere kant.

Ik moet diezelfde andere kant even interrumperen in z’n vloedgolf die hier binnenstormt.
‘Mag ik even tussendoor ajb nog even vertellen dat als je mij dingen zegt, dat ’t best kan zijn dat ik ze na ’t gesprek alweer kwijt ben? Als ik onder stress sta, lijkt ’t op dat moment wel enigszins tot me door te dringen, maar als me achteraf gevraagd wordt ’t te herhalen, blijkt er vaak niets meer van aanwezig.’
Ik verzwijg maar dat als ’t gesprek straks in een verleden is aangekomen ’t plots, op onschuldige momenten, weer tevoorschijn kan schieten. Op niets af.
Maar ik lijkt de woorden te voelen landen. Ik heb de dingen benoemd.
‘Ik zal proberen ’t kort te houden,’ klinkt er, waar ik begripvol voel in de toon.
Waar veel zou kunnen betekenen dat er ook veel verloren gaat.

Een half uur later ben ik een moderne mediator. Ik wissel gesprek na gesprek, m’n vingers typen zich gek. Weliswaar 2-vingerig, waar ik veilig thuis een toetsenbord van 10 beheer, maar ik woon nog steeds tijdelijk op een oud postzegelalbum, waar ik de enige filatelist ben, met plots opdoemende grootheidswaan.
& Ik blijf herhalen, woord voor woord, autocorrectie-bewust, dat ik ’t niet wist, niet weet, wat de betekenis is van ’t woord WIA.

Ik ben tijdelijk op een eiland, blijf nog even om na al die gesprekken te weten te komen wat hier allemaal woont, m’n verzameling weer wat completer te maken. Mijn vingers uiteindelijk ijskoud van ’t noteren bij deze wind die hier overal vat op heeft.
Neem afscheid, wend me excuses voor, u ziet: dit tijdelijk verblijf, waarbinnen zich een revolterende evolutie heeft plaatsgevonden, waar ik te oud ben om me deze frisse zuurstof ten volle te kunnen inhaleren.

Ik fiets terug naar Zijperspace, met ferme slagen over de golven van de Amstel, langs de stille zij de stad weer in.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.