zei

Jij zei: ‘Dag, lieve barman.’
Ik zei: ‘Hai. ’t Is weer veel te lang geleden.’
Jij zei: ‘Ja, maar ik had ’t ook veel te druk.’
Ik zei: ‘Ik denk dan in de tussentijd dat je me niet zou willen zien.’
Jij zei: ‘Maar zo lang was ’t toch ook weer niet?’
Ik zei: ‘Jawel. Toch zeker 2 weken terug.’

Ik keek onrustig om me heen. Om m’n gezicht te verbergen. Dat m’n ogen steeds terug wilden keren naar ’tzelfde onderwerp hoefde zij niet te zien. Al ’t moois ervan af kijken, zoals m’n oma altijd plagerig zei als ze bij visite aan m’n ouders op de bank een nieuw verliefd stelletje aantrof.
‘Nou, daar zitten ze dan,’ zei ze bij binnenkomst, ‘al ’t moois bij elkaar ervan af kijken, zodat er op oudere leeftijd niets meer van over is.’
Ik was nog te jong om door haar met zo’n opmerking geconfronteerd te worden. Maar onrustig zijn ze, die ogen van me. De slechtste les van 2 generaties eerder blijft hun ’t beste bij.

Jij zei: ‘Volgens mij is ’t helemaal niet 2 weken.’
Ik zei: ‘Jawel, voordat je naar dat festival ging.’
Jij zei: ‘Vlak daarvoor hebben we elkaar nog gezien.’
Ik zei: ‘Wanneer dan?’
Jij zei: ‘Woensdag volgens mij.’

Ik reed naast haar op de fiets. Ondertussen ’t ander fietsverkeer angstvallig in de gaten houdend. Ik mocht ze niet tot last zijn. & Zij moest kalm voort kunnen gaan.
Ik fluister ook in musea, als er al iets te bespreken valt. Zij zegt gewoon hardop wat ze van een schilderij vindt. Ik schuif achter de andere toeschouwers langs. Zij strompelt met haar kruk traag door hun blikveld.
Dan zie ik dat anderen haar naar mij toe zien komen. Als ze die samenkomst opmerken, vind ik niets meer erg.

Ik zei: ‘Hm, da’s dus niet meer dan een week terug…’
Jij zei: ‘Wel even wat anders dan die 2 weken van jou.’
Ik zei: ‘Komt vast doordat we elkaar eigenlijk pas as zaterdag zouden zien.’
Jij zei: ‘Dat zou dan ook niet meer dan 1½e week zijn geweest.’

Tijd is een vreemd ding, als-ie bij mij langs gaat.
Op werk vragen ze mij altijd wanneer iets heeft plaatsgevonden. Niet alleen omdat ik oudst gediende ben daar.
‘Wanneer is de kelder verbouwd, Ton?’ kan zo’n vraag luiden.
Dan schuif ik gebeurtenissen in elkanders perspectief.
‘Dat moet zo’n 6 jaar geleden zijn,’ geef ik als antwoord, ‘want een jaar later brak jij je been & vlak daarvoor werd er ingebroken. & Dat was 3 jaar na de invoering van de euro.’
Maar wanneer ging m’n broer dood? Wanneer stierf Pa? Ik kan me de 1e keer dat ik haar kuste heus nog wel herinneren, maar hoeveel weken is dat dan inmiddels terug?

Ik zei: ‘Ik denk ook dat ’t komt doordat we elkaar in de tussentijd hebben gemaild.’
Jij zei: ‘Ja, ik heb elke dag wel een berichtje van je ontvangen.’
Ik zei: ‘Dan lijkt ’t contact een tijd lang alleen maar virtueel te zijn geweest. Niet in de echte wereld.’
Jij zei: ‘Hm, misschien.’
Ik zei: ‘Tijd om mailtjes te schrijven duurt nou 1maal langer dan in jouw aanwezigheid te verzinnen waarom dat zo is.’

Men kiest vooral voor de trage tijd in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *