ziekenbank

Ik sleep m’n dekbed mee. Voor de slaap van straks. Kussen erbij. Leg ze op de bank waar ik ’t lekkerst op lig. Of wacht, laat ik ze maar ernaast leggen, dan kan ik alvast gaan liggen.
Ik voeg me in de juiste houding, druk me tegen de diepe binnenkant, zodat ’t lijkt alsof ik naar beneden gezogen wordt, de zachtheid van de vering in.
’t Meest veilige plekje, heb ik vroeger al ontdekt: in ’t hoekje, zoveel mogelijk omringd door bank, bed, muur. Daar heb je de grootste behoefte aan als je ziek bent.

M’n moeder haalde slaapzakken tevoorschijn. Kussen uit ’t bed. Ze kookte water. Soms wat melk, met een anijsblokje. Ze legde me op de bank & stopte me opnieuw in. Met de slaapzakken die eigenlijk alleen maar mee op vakantie gingen. Ze voelde aan m’n wang. Soms zei ze dat ’t gloeide. Eventueel kwam er een thermometer bij te pas.
Als ik de thee op had, de warme melk, dan mocht de tv aan. Testbeeld kijken. Of de langzaam tikkende klok, die in afwachting was, net als ik, van schooltv.
‘Ik leer van schooltv meer dan op school,’ zei ik tegen m’n moeder.
‘Dan moet je morgen maar weer naar school,’ zei m’n moeder, ‘want dan ben je niet ziek genoeg.’
Die logica snapte ik niet. Maar ik liet me niet afleiden. Schooltv begon. ’t Was 10 uur. Ik had de gids voor me liggen om te zien wat ik kon verwachten. Ik slurpte zo snel mogelijk kennis binnen. ’t Duurde immers slechts hooguit 2 uur.
Bovendien kon er elke ochtend een tante binnenkomen. Dan moest er koffie gedronken worden. Tussen ’t schoonmaken door.
‘Zet die tv maar even uit,’ zei m’n moeder dan.
‘Jamaar,’ zei ik.
Dat was in de tijd dat jamaar nog 1 woord was. & Dat Ma bepaalde dat de hele dag tv te veel stroom zou kosten.

Ik wandel door ’t huis. Schijnbaar fit. Hoewel ik beter weet. Wie staat er nou in godsnaam om 7 uur op als-ie gewend is tot 9 uur te blijven liggen? Dat zal straks z’n weerslag wel hebben.
Ik zet thee. Ga naar de wc. Ik trek wat kleren aan. Van de comfortabele, waar ik geen last van heb, wijd hangend, geschikt voor alle houdingen, viezelig (woord van m’n moeder) van ’t vele dragen, maar niemand die me ziet als ik me ziek voel.
Misschien ben ik wel ziek van m’n sweater, bedenk ik, die al een jaar niet in de was is geweest. Een orgie van microben vindt daar waarschijnlijk momenteel plaats.
M’n zieke geest probeert ’t zich voor te stellen. Wordt vervolgens afgeleid door de gedachte over op welke wijze m’n geest nu eigenlijk ziek zal zijn.
Na m’n thee wikkel ik mezelf in. Daar mis ik m’n moeder. Want ’t lukt me nooit om m’n voeten te behoeden voor binnenstromende kou. Ze bungelen buitenboord & ’t lukt me niet om ’t dekbed om ze heen te binden.

M’n tante was ’t met m’n moeder eens. Zoals de zussen ’t altijd met elkaar eens waren. Alle tantes tegen de kinderen, zo zat ’t systeem in elkaar. & Tijdens de koffie bespraken ze nog even dat Oma vroeger nog veel strenger was.
‘Er was toen niet eens tv,’ zei m’n tante.
Ja, diezelfde tante die altijd de tv aan had staan als ik tijdens m’n krantenwijk een gratis krant kwam brengen. Ik durfde dan niks te zeggen. Tegen volwassenen had je geen commentaar. Maar toch vreemd, alleen maar testbeeld & de radio van Hilversum 1. Schooltv was allang voorbij, avondtv zou nog enkele uren duren.
Of die andere tante, die zei dat bij haar thuis de tv alleen aanging voor ’t journaal. Omdat Ome Siem dat ’t enige vond wat belangrijk was.
Ze was in staat de zieke-jongen-thuis-tv uit te zetten, omdat ik een verwend jochie was. Ze snapte niet dat ik ziek thuis was. Haar kinderen zouden gewoon naar school moeten.
Dat alles met instemming van m’n moeder, tijdens de koffie. Als m’n tantes dapper genoeg waren hun neefjes op hun plaats te zetten, kregen ze altijd de goedkeuring van m’n moeder. Want Oma. Of anders: want Opa. Vroeger, dat was altijd een reden.
Koffie op, dan gingen ze stofzuigen. Terwijl ze toch heus wel wisten dat ik de tv dan niet zou kunnen horen.

Nu keer ik me om. M’n slaap komt terug. Ik probeer nog een blz te lezen, maar de letters beginnen te dansen.
Ik kan wel de tv aanzetten, maar er is niks. Niks meer om van te leren. Alleen maar vermaak. Dom vermaak. Nee, vroeger, toen had je nog tv. Toen kon je blind schooltv aanzetten. Je hoefde alleen maar te wachten tot moeder & tante boven gingen schoonmaken & ze de tijd van Oma waren vergeten voor 1 moment.

& Ik dommel weg naar een andere tijd in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *