zoektocht

Soms moet je wel op zoek naar geluk. Stug volhouden, luidt dan ’t devies. Want een zoektocht naar zo’n produkt levert over ’t algemeen niet zoveel op. Men zegt wel ‘ns dat je er beter niet naar kunt zoeken, of op wachten. Door de boel de boel te laten, zal geluk je vanzelf deelachtig worden.
Pff, onzin denk ik dan. Waarom niet zo af & toe zoeken naar mooier, beter, gelukkiger, boeiender? Geeft je wat te doen: je bent onderweg, bezig met een queeste, oplossingen aan ’t zoeken voor de vraag, ’t verlangen naar ’t hogere. ’t Houdt je hoofd onder druk. Schijn je ook oud mee te kunnen worden.

Ik kwam vanavond een kort moment ’t geluk tegen. ’t Was een ware zoektocht geweest. Hij duurde al enkele dagen. Steeds weer opnieuw proberen & van voren af aan beginnen. Want er moest meer zijn.
Er zijn andere methodes om er achter te komen. Andere ingangen om ’t paleis van schone kunsten te betreden. Misschien koos ik de lange hallen, de grote hoge holle voorportalen, de trage pages.

& Als je ’t dan vindt, dat kort moment van geluk, van opperst weltevree, van genoeglijk verkeren & achterover leunen, vraag je je plots af of ’t misschien slechts met gemoedsstemming te maken heeft. Als gister ’tzelfde zich had aangekondigd, was de ervaring, de zinnestreling wellicht anders geweest. ’t Moment van geluk afwezig.
& Onverstoord gooide ik die twijfel over m’n schouder achter m’n stoel & continueerde m’n zelfgenoegzaam verkeren.
Want eigenlijk is ’t zelfgenoegzaam, ’t verkeren in dergelijke toestand. Je moet wel uiterst tevreden zijn met jezelf op zulk moment om totaal van niets anders op de hoogte te zijn, niets in de omgeving doet er toe, de rest van de dag al zeker niet, dan slechts ’tgeen er tot je oren doordringt. Waarschijnlijk niet alleen de oren, maar daar ben ik niet deskundig genoeg voor; zo’n ervaring moet een beroep doen op meer dan dat ene zintuig.

Aldus had ik ff schijt aan de rest van de dag. Schijt aan ’t gebrek aan geld, de grootte van m’n schuld, ’t beetje dat me restte voor slechts maaltijden tot ’t eind van deze maand. Schijt aan ’t gemis van de Parade dit jaar, schijt aan de mensen die ik daar zou kunnen hebben ontmoet. Terwijl ’t woordje schijt, of enig ander woord voor afkeer dan wel desinteresse, me niet te binnen zou schieten in de toestand die volledig bezit van me had genomen.

Ik las een boek in m’n stoel. M’n relax-stoel, zoals de Hema ‘m noemde. & Luisterde BBC radio 3. The coronation of King George II was bezig, zo bleek mij later.

Informatie is niet altijd belangrijk in Zijperspace.
PS: & ’t Boek dat ik aan ’t lezen ben, zegt plots: “Over geluk valt niet te filmen.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.