Snelschriftkennismaking

Er is geen moment te verliezen. ’t Moet nu zo snel mogelijk. Straks is ’t moment voorbij, de animo verdwenen, de zoektocht van wie ik ben niet meer interessant.

Kijk, vroeger was ’t wel normaal dat ik zo af & toe boven de 100 bezoekers kwam op een dag. Zo af & toe, hè. Ik wil niet voordoen alsof dat een gewoonte was.
Maar in de hoogtijdagen van weblogs was dat iets dat gewoon wel eens voorkwam. Dan had ik een leuke titel, of behandelde iets wat de zinnen prikkelde, waar men ’t over had, was ik per ongeluk in ’t middelpunt van de belangstelling.

Dus ik moet m’n beste beentje vooruit schuiven, dien te bewijzen dat dit wat hier verzameld staat anders is, maar desondanks niet oninteressant. Hier zit niet gewoon een freak zich wezenloos te rammen op een toetsenbord. Hoewel ik er bij moet zeggen dat zoveel aanraking niemand in m’n leven ooit bij elkaar opgeteld met mij heeft mogen meemaken. & Hoewel ik ’t woord ‘rammen’ gebruik doe ik ’t teder & met bewondering van wat ’t instrument mij allemaal geeft, me ervan bewust van waar wij vandaan zijn gekomen, waar wij staan. Ongewis evengoed welke hoek we met z’n 2-en straks nemen, want taal blijft ongewis in een krocht dat besturing van zulks een ietwat onvoorspelbaar maakt.

Ik ben ondertussen geleidelijk aan oude teksten aan ’t verzamelen. ’t Gaat gestadig, maar zonder grote vaart. Soms laat ik me leiden door waar mensen voor gekozen hebben een stukje slechts mij eigen te bezoeken. Ik lees ’t in de kijkcijfers, mij dagelijks bezorgd. Dan klik ik op de titel & herbeleef mezelf & wat er op enig moment aan me voorbijkwam.
Die oude teksten verzamel ik naar onderwerpen als ‘Liefdesleven’ (vandaag 1tje gescoord op bovengenoemde wijze), ‘Keukenkunsten’ (waarbij ik bijv liefde in de bereiding van humus stopte), ‘Winkelwaardigheden’ (gister supermarkt als onderwerp, maar geef mij een Hema & ik ben als vanzelf op dreef: ik eis staatssteun!) en Lijvigheden (handelt om m’n lichaam, waar ik als ondanks onregelmatig hypochonder toch veel mee te kampen heb & ik mezelf op voorschrift vul met medische wetenschap in pilformaat).
Ik moet nog overkappende titels hebben voor andere ongemakkelijkheden of een woord dat niet op dezelfde manier eindigt, maar een navoegsel bezit dat iets als ‘verleden’ behelst: ‘-ooit’, ‘-toen’ of ‘weest’. Suffix noemt men dat, maar ook dat woord geeft nog geen inspiratie.

Daarnaast zou ik ook eens moeten gaan kijken wat de dood mij heeft gedaan nadat er mensen uit m’n beeld door hem zijn verdwenen. Welke teksten daar van over zijn & waar ze staan. Ik doe ondertussen immers zelf ook bewuste stappen die kant op. Zonder dat ik daar nou dagelijks mee bezig ben, maar ’t komt wat vaker tevoorschijn, dat gat van niks.
Wat gebeurt er dan met m’n toetsenbord & heeft die bestemming dan nog wel nut?

Maar stilletjes droom ik er van dat mijn teksten, incl foto’s, over de Canta in een kleinformaatboekje ooit nog eens gebundeld verschijnen. Dat alleen al zou genoeg moeten zijn. Wat daarna gebeurt is meegenomen.
Of nee, dat is niet waar.

Ik heb nog meer veel meer ontzettend meer waar ik m’n mond niet over kon houden in typende zin van dat moest ook geschreven & de ruimte in.

Tot ver buiten Zijperspace & way beyond, waar niemand was of zou zijn geweest.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.