voedselvergiftiging

& Dan niet zomaar een beetje voedselvergiftiging, maar meteen 1tje die je voor pampus slaat. Zodat ik geen zin heb om op te staan, de thee blijft kleven aan de binnenwanden van de wang, 1 blz lezen al moeite kost, de onderrug niet wil dat ik, op wat voor manier dan ook, ga zitten, & slaap ’t enige streven van m’n lichaam lijkt.
Ik ga proberen 1 boterham te eten, maar heb bij voorbaat geen trek. Ik moet echter op 1 of andere manier weer energie in m’n lichaam zien te pompen.

Ik had me net voorgenomen weer wat meer van me te laten horen, bepaalde stukjes wat beter uit te werken, maar ik kan geen pap zeggen, laat staan tikken.

’t Wordt weer een dag van staren naar Zijperspace.

peristaltiek

Mijn toestand op dit moment heeft een bepaalde mate van niet eerlijk. Ik heb m’n portie ziek vorige week toch al gehad? Kan niet iemand anders bezocht worden met deze peristaltische paniek?
Al enkele uren achter elkaar (vanaf 10 uur ong) bezoek ik met enige regelmaat ’t toilet. ’tZij om ervoor te gaan knielen & wat oraal te lozen, ’tzij in zittende houding andersoortig vloeiend afval te dumpen. Dit doe ik vaak gepaard gaan van brullende geluiden, die m’n buren weliswaar op waarde zullen weten te schatten, maar niet waarderen.

Ik probeer wat thee tot me te nemen, om ’t vochtgehalte in m’n lichaam weer een beetje op peil te brengen. Dan heb ik tenminste ook weer wat te spugen. Dat doe je op dit soort momenten niet voor je plezier, want elke slok brengt die rare smaak opnieuw tevoorschijn & voelt veel droger aan dan normaal.

& Ik dacht: een beetje typen kan ook geen kwaad.

Poging tot ’t verzetten van de gedachten in Zijperspace.

concert

Ook al was ’t gratis, ’t kostte me behoorlijk wat moeite mezelf ertoe te zetten ’t lunchconcert bij te gaan wonen.
Terwijl ik voorbij fietste, bedacht ik dat een programma-boekje van ’t Concertgebouw altijd handig kon uitkomen. Opmerkelijke drukte aldaar voor de overgang naar de middag. Dat werd al snel verklaard door een dame die haar vriendin inlichtte dat ’t inderdaad een gratis concert was.

Nu moest ik mezelf zien over te halen dit mee te maken. Geen makkelijke opgave, want dit uitstapje had ik niet van te voren bedacht. Afwijken van ’t geplande dagschema, daar moest ik goede argumenten tegenover stellen:
-Hier kijk ik al weken naar uit, alleen kon ik nooit ergens een programma achterhalen.
-Van de gelegenheid dat ik toevallig voorbij kom fietsen moet je gebruik maken.
-De bouw van de hoogslaper staat pas gepland om 2 uur.
-Ik moet mezelf ‘ns verrassen.
-Lunchconcert kan nooit lang duren.
-Nu zal men niet zo raar opkijken als ik veel beweeg, want ’t is toch gratis.
-Ik moet ‘ns durven af te wijken van m’n vooropgestelde plannen.

Er zijn helaas ook tegenargumenten:
-Ik kan toch niet stil zitten.
-Ik weet niet hoelang ’t duurt.
-Kan ik dit niet beter plannen.
-Ik weet niet wat er speelt.
-Een heleboel andere dingen kunnen gedaan worden in de tussentijd.

Ik heb me laten overtuigen door ’t laatste argument voóór bezoek. Zonder spijt achteraf. Riant rotstoeltje van de suppoost in beslag genomen (vond ze niet erg toen ik er achter kwam & klaar stond om m’n xcuses aan te bieden), die lekker aan de zijkant stond. Kon ik ’t gehele concert heerlijk alles overzien, zonder dat men automatisch mij aankeek.
Tevens heb ik mogen genieten van de strakke lijn van de achterkant van ’t kapsel van Ramon, maar daar kwamen we pas achter toen we ons richting uitgang begaven.
Maar liever zag ik toch de roodharige dame aan de basklarinet. Als ik daar ten volle van had willen genieten, had ik me echter meer in ’t gewoel van de stoelendans voor aanvang moeten begeven.

De stoelendans hebben we echter al jaren geleden afgezworen in Zijperspace.

koortsbeeld

Vorige week lag ik nog in m’n bed, te staren naar ’t plafond. Niet veel gedachten doemden op in m’n hoofd; er was in ieder geval weinig variatie in de strekking ervan. Waardoor m’n hersenen vreemde spelletjes gingen doen, om toch een bezigheid te hebben. Ik wist echter van ziektes in kinderjaren dat je er knettergek van wordt op gegeven moment, dus heb ik ’t mezelf vooral niet te lang toegestaan.

In alles zit wel een struktuur, maar vaak zit er in plafonds of behang dermate veel struktuur dat je er figuren in kan gaan zien. Ongeveer net als in stapelwolken. Een klein gedeelte van ’t behang laat zich tot een gezicht omvormen, die door ’t staren ernaar geleidelijk verandert in een heel lichaam, wordt later een gebruiksvoorwerp & plots spettert ’t bloed uit de zelf gecreërde onbestaande tekening. Soms veranderde ’t fantasie-figuur niet meer & werd ik gedwongen urenlang ’tzelfde stukje behang of plafond voor me te zien. & Door de koorts werd dat kleine stukje iets obsessiefs: ’t beïnvloedde niet alleen meer m’n wakende toestand, maar ook de dromen stonden in ’t teken ervan. Koorts kwam gelijk te staan aan 1 punt in ’t behang, waarin een figuur te herkennen viel, die in gedachten monsterlijke vormen had aangenomen.

Gelukkig had ik daar ditmaal weinig last van. Ik was echter wel in m’n koortsige dromen allerlei meetkundige figuren aan ’t uitrekken, dubbelvouwen, ontleden. Stippellijnen werden geplaatst, hoeken werden eraan ontrukt, ’t middelpunt werd berekend & ’t figuur werd opnieuw opgebouwd.
Ik weet bijna niets meer van wiskunde, maar in die dromen vond ik alles opnieuw uit. Niet dat ik me daar prettig bij voelde. Ik werd bijkans gek van de obsessie waarmee ’t gepaard ging: alles was nl veranderd in meetkundig figuur & m’n droom kon ’t niet meer over iets anders hebben.

Er werd een beeld van m’n ziekte gevormd. Een beeld dat voortaan gelijk staat aan die periode van koorts. Als ik terugdenk aan ziek-zijn in m’n jeugd, dan zie ik bepaalde figuurtjes in ’t behang terug. Denk ik terug aan vorige week, dan zie ik een 3-dimensionaal meetkundig figuur.

Waardoor ook ’t abstrakte lijkt verbeeld in Zijperspace.

universum

Angsten komen terug, die alleen maar bevestigen dat ik ’t niet kan.
Ok, ik ben in staat een klein truukje te presenteren. Niet meer. Daar raakt men al snel verveeld van, zeker als de verrassing van veelheid voorbij is.

De angst bekruipt me dat ik ’t niet kan, of niet meer kan. Writer’s block slaat toe, concentratie verdwijnt. Angstvallig ga ik op zoek naar andere bezigheden.

’t Blijkt slechts een wereldje te zijn, zoals reeds bevroedt, maar nu xtra bewust: een wereldje in de rest van de wereld. Zijperspace heeft daar eigenlijk niks mee te maken.

De eenzaamheid, de drang ernaar, slaat net zo hard toe op gegeven moment.
‘Laat me met rust,’ schreeuwt ’t door m’n hoofd.
Ik weet dat ’t andere oorzaken heeft, maar heb al jaren geleden de moed opgegeven mezelf te hoeden ervoor.
Ik ben weer toe aan een potje zelfdestructie. Niemand die daar aan mag komen. Hadden ze maar eerder aandacht moeten schenken.

Ik ben een afschuwelijk persoon, die zichzelf als een universum ziet. Alles wordt vandaar beschouwd, geen ander standpunt kan ik innemen.
Ik zou graag anders willen, belangstelling tonen voor anderen, maar verval al snel in oude gewoontes. Ik kan bij voorbaat de moed opgeven. Ik kan de wereld wel willen veranderen, maar ik kan mezelf nogeneens lichtelijk aanpassen.

Zijperspace is gedoemd te gaan sluiten.

stankdanken

Wat moet ik nou tegen de telefoonmiep zeggen, als ik ‘r morgenochtend aan de lijn krijg?

‘Dag mevrouw, ik bel omdat m’n huis naar kat stinkt.’
‘Meneer, u moet zelf uw kattenbak verschonen. Daarvoor heeft u geen woningbouwvereniging.’
‘Maar ik heb geen katten, dus al helemaal geen kattenbak.’
‘We kunnen toch niet zorg dragen voor de geur in uw huis?’
‘In m’n huurcontract staat anders niets over dat ik dit huis huur mét kattengeur. Ik wil daar niks xtra’s voor betalen, maar ik wil ook geen huursverlaging. Ik wil gewoon een huis zonder kattenpis-geur. Ook al stinkt ’t hier slechts 1 keer in de maand: er staat nergens zwart op wit dat ik de stank kado bij de rest van ’t comfort krijg. & Ik wil geen kado’s waar ik niet om heb gevraagd.’
‘Wij geven ’t u niet kado, meneer.’
‘Dat weet ik, maar de woningbouwvereniging is wel verantwoordelijk voor alles wat binnen kan komen, zonder dat ik daar zelf de gelegenheid toe gegeven heb. Als mijn kelder volstroomt met overtollig regenwater, moet u er iets aan doen. ’tZelfde geldt mijns insziens voor overtollige geuren die m’n huis binnendringen.’

Moeilijk hoor, zo’n rollenspelletje in m’n 1tje, ter voorbereiding op een telefoongesprek over kattenpis.

We zijn niet gewend aan noemenswaardig tegenspraak in Zijperspace.

financiën

‘Mag ik je om een gunst vragen?’ vraagt Druk op z’n allerliefst, maar zoals altijd veel te druk.
‘Je mag me altijd om een gunst vragen. Behalve als je geld wilt hebben of gratis bier.’ Dat laatste weet ik er nog net op tijd aan toe te voegen.
‘Morgen krijg ik van de sociale dienst € 100,- voorschot. Krijg ik dus een cheque. Echt waar, dan loop ik morgen met een cheque van € 100,- op zak. Mag ik nu een flesje bier op de pof? Ik kan ’t je morgen terugbetalen, alleen nu zit ik helemaal zonder.’
‘Nee, sorry. Ik kan niet van iemand ander’s geld iets weggeven.’
Dat xcuus moet je altijd achter de hand hebben, dan ben je er op een verantwoorde, eerlijke, manier ervan af. Helaas hoort Druk niet alle zinnetjes van een antwoord in 1 keer.
‘Ah, alleen maar de allergoedkoopste?’
‘Nee, ’t is m’n geld niet. M’n kassa moet kloppen aan ’t eind van de dag.’
‘Kan je me anders uit eigen zak wat geld lenen voor een biertje?’
Die truuk van meelij vragen ken ik ook al, maar daar ben ik ook op voorbereid. Ik open m’n broekzakken binnenstebuiten om te tonen dat ik geen geld op zak heb. ‘Als ik aan ’t werk ben, heb ik nooit geld bij me.’

Druk geeft de moed op: ‘Heb je dan misschien een glaasje water voor me.’
‘Tuurlijk. Water kan je altijd van me krijgen.’
Ik pak een glas, laat ‘m vollopen & Druk praat ondertussen verder.
”t Ging me alleen maar om de pillen die ik moet slikken. Ik moet daar een beetje vocht voor hebben. Vandaar dat ik desnoods wel ’t goedkoopste biertje wilde hebben.’
Ik geef ‘m ’t glas. Hij haalt 6 pillen uit 1 strip. Slikt ze door. Nog 2 uit een andere. Spoelt-ie ook weg. Ik weet niet wat voor pillen ’t zijn. Ik wil echter niet laten merken dat ik dat wel ‘ns zou willen weten, dus hou m’n mond.

‘Kijk, dat was alles wat ik nodig had. Maar morgen krijg ik geld. Dat zal je dan wel merken. Ik probeer altijd beleefd te blijven & dingen gewoon te vragen. Want je kan niet van mij zeggen dat ik ’t niet normaal doe.’
’t Dringt tegelijkertijd tot ons beiden door wat-ie eigenlijk met z’n laatste zin zegt.
‘Nee, je bent hartstikke normaal,’ zeg ik lachend.
‘Ja, ik probeer ’t in ieder geval. Ik weet wel dat ik niet altijd even relaxed ben.’

Hij komt nog 2 keer langs om bier te halen met bij elkaar gebedeld geld. Legt beide keren € 1,- op de toonbank.
‘Hier, hou ’t wisselgeld maar.’

Langzaam, zeer langzaam aan, worden we rijk in Zijperspace.

kleinpaniek

Zoveel tegelijk op zo’n 1e dag, na meer dan een week afwezig. Kunnen ze dan niet verspreid over div dagen langskomen?
De 1 vertelt dat-ie afgekickt is. De ander laat merken dat-ie echt niet te vertrouwen is door voor je neus de zaak uit te lopen zonder betalen. De 3e verklaart zichzelf voor gewoon (onee, dat kan niet, bedenktie zich nog net). & Opeens komt een zekere nr 4 roepen dat-ie de kassa wil, z’n vinger in pistool-houding.

Adrenaline, tederheid, belangstelling, angst, woede, frustratie. Ach, men kent die gevoelens allemaal wel. Vast niet in zo’n kort tijdsbestek, met zulke uiteenlopende persoonlijkheden.

Dat probeer ik niet een ½ uur voor slapen gaan in verhalen om te buigen.

Daarvoor is Zijperspace te traag.

ochtend

Ik heb al een mooie ochtend achter me.
Waarin m’n huisarts (mag ik ‘m als ‘m’n’ beschouwen, als ik ‘m vandaag pas voor ’t 1st gezien heb?) mooi wist te vertellen over poliepen achter in de neus, die best wel verwijderd kunnen worden. Geheel gerust gesteld kan ik weer ‘ns een onderzoekje ondergaan & afwachten van wat verder komen gaat.
& Waarin Mulisch me verlaten heeft met vragen als hoe nu verder & waarom. Gespecificeerder heb ik de vragen nog niet kunnen ontwikkelen, want ’t is nog maar 5 minuten gelee. Ze zullen nog enkele dagen door de molen van weten, vergeten & uit ’t verband rukken moeten.
& Waarin de zon, in de laatste minuten van deze ochtend, me bedrieglijk tot aan de schenen brandt, maar zogauw ik de deur verlaat, zal-ie zich verbergen, om de spetters, voor mij bestemd, de ruimte te geven.
& Waarin vele dromen, zonder gestoord door rochel, voorbij gesluimerd zijn tot laat.

Begint de middag alvast van de volgende dag in Zijperspace.

dichters

Ik dacht altijd dat Cees Buddingh de buschauffeur was (degene die altijd ons rondje deed). Want ze hadden de zelfde bril & met de schaar wilde ’t ook al niet lukken.

Totdat ze beiden verdwenen waren. Tenminste, de 1 was dood & de ander trof ik ook niet meer. Ik had waarschijnlijk geen verstand van dichters, bedacht ik me.

Bovendien was fietsen leuker in Zijperspace.