Waar soms andere lidwoorden gebruikt moeten worden. Minder definitief. Er een zweem van dat soms kan ontstaan. Niets als zekerheid omschreven. Als de somtijds van samengetrokken, de somtijds van samengeperste beleving.
Waar een enkele keer mensen passeren. Waar, daar waar ik zit, op een bank, in een park of bos, soms een hallo of gedag weerklinkt, ik mijn ogen gebruik om een uitnodiging daartoe te laten plaatsvinden, maar mijn ‘hoi’, ‘hai’, ‘goedendag’, plus varianten daarvan allang al aan vooraf zijn gegaan, in die luttele gekrompen seconde (maar men weet waarop de 100 meter Olympische Spelen op de milliseconde gewonnen wordt in enig sport). De blik ook, de opslag van de ogen, omhoog gaande wimpers, de pupillen wijzend.
De blik negerend.
Soms.
Als mijn stem niet klinkt
Meestal niet, als de letters, de gemiste interpunctie, mijn strelen van aandacht nodig hebben. Er 3 boeken tegelijkertijd in m’n hoofd zitten. Hun belangrijkste alinea’s, de nagedachtenis aan ’t hoofdstuk, dat ik lezend ben, de verwijzingen achterin de opgenomen noten, de verwijzingen, dat wat alles behelst dat ik toch niet kan onthouden, maar sympathiek dat ik ’t als naslagwerk kan meenemen.
Mocht ’t eens noodzakelijk zijn.
Maar meestal niet. Een kans van 1 op 1000. Tussen alle andere getallen verborgen.
Ik moet roetsjen door alles wat ik mogelijk nog vergeten ga voordat ik me daar nog iets meer bewust van word.
& ’t Roetsjen als een bobslee zozozo snel zorgt voor nog meer vergetelheid. ’t Is een aangename ervaring, maar ’t neigt die vergetelheid aan te stuwen.
Bovendien is ’t koud, lijkt mij, onaangenaam koud, zo’n bibberende bobberdebobslee, heen- & weergeslingerd door een ijzige massa van winters streven naar gehoorzaamheid, medestuurzaamheid, nederigheid, onderworpenheid.
Ik ben daar nog niet. Ik vrees weliswaar de kou, maar verweer me momenteel tevens tegen ’t hittegedrag van ’t veranderende klimaat.
Weet daarnaast niet waar ik aan moet gehoorzamen.
Ik dwuizel, ik stroef. Ik verbogen, ik kwark. Ik ijzer, noch blub. Ik pleur, maar soms probeer ik stuur.
Omdat ’t laatste niet rijmt & Zijperspace niet dicht, noch nog een keer poogt.