Kruisvingers

Bericht van mij:

Hoi Nils,
Kan ‘t zijn dat jullie me een 2e kaart hebben gestuurd? Ik had vorige week die kaart met ‘Helaas. Geen feest dit jaar.’ (leuke kaart trouwens)
Maar daarnet vind ik op de mat een kaart van postnl met ‘Oeps, te weinig postzegels.’
Op hun site kon ik een foto te voorschijn halen met een foto van dat poststuk & ik zie daar dezelfde handjes met een kruis er doorheen op de envelop, enigszins vaag, met aan de andere kant de gekruiste vingers.
Ik zou 3,64 moeten betalen om ‘t alsnog te kunnen ontvangen. Dus probeer ik 1st te achterhalen wat ‘t dan wel zou kunnen zijn.

Nils & Irma hebben een tijdje geleden ‘t versturen van post herontdekt. Mocht zich een gelegenheid voordoen, dan gaat hun voorkeur uit naar een leuk kaartje.
Nils ontwerpt, Irma likt de zegels.
Opeens is ‘t weer leuk om iets op de mat te zien liggen. 2 Of 3 keer per jaar wordt ik verrast door iets anders dan een officiële mededeling of een buurtkrantje, ondanks m’n nee/nee-sticker.

Hoi Ton,
De naheffing is een fout van PostNL, kan je negeren. Sorry voor het gedoe, we hebben veel reacties gekregen helaas…

Dus reageer ik, want ik snap ‘t nog niet helemaal:

Hè, vervelend. Maar wat staat er in?

Niet goed kunnen lezende. Maar Nils heeft geduld.

Hier een stukje in de telegraaf (ja, ik weet’t) waar we op gewezen werden.

Dus reageer ik weer. Want ik kan blijkbaar nog steeds niet goed lezen.

Nou, ik snap ‘t. Maar dat betekent dat ik ‘m alsnog wel zal krijgen, toch?
(voordat ik de telegraaf moet openen)

Nils heeft nog een pakketje geduld voor me. Verstuurt-ie gewoon via ‘tzelfde communicatiemiddel mijn kant op.

Nee, het gaat over de kaart die je al hebt. Lekker bezig daar. En er volgt (over een paar weekjes) nog wel een nieuwjaarskaart maar die ben ik nog aan het maken. Hopelijk dan zonder gedoe!

Kwartje valt hier. Moet ik wel ff laten blijken.

Ok, ksnap.
Alsnog bedankt voor de kaart btw. Leuk om af & toe iets in de bus te krijgen.

Eindelijk heeft Nils de reactie die hij verdiende. & Irma natuurlijk ook. Aardig dat ze aan andere mensen denken & dat weten te vertalen in een klein gebaar.
Wacht ff. Ik krijg nog een berichtje van Nils binnen:

Ja, zeker in deze tijden vonden we contact maken belangrijk. Nou, dat is dankzij PostNL zéker gelukt!

Ik heb de smileys weggehaald. Die werken niet in deze teksten. Bovendien gebruik ik zelf liever letters, zoals in mijn reactie terug:

Hahaha! Ja, ik zal ze een bedankkaartje sturen.

Postnl zal lang moeten wachten op bericht uit Zijperspace, ook al wordt hier beweerd dat ‘t al lang verstuurd is.

Doortje

Ze hoeft maar een zweem van me opgevangen hebben & alle onderdelen van haar starten wanordelijk beweging. Haar achterwerk schudt haar voorwerk in tegendraads zijwaartse richting. De voorpoten willen zo hoog mogelijk reiken, maar weten dankzij de van achter komende voorwaartse drang dat ze 1st nog een weg hebben af te leggen. Romp doet alles wat ‘t totale lichaam wil & voegt daar nog een ietsjepietsje toets van eigen richting & impulsiviteit aan toe. De bek gaat open tot breedkakige lach, waar tussendoor haar tong slingert om alles wat los zit in mee te sleuren of weg te slingeren.
‘t Spettert & kronkelt, zodat ik niet anders kan dan overgeven aan liefde.

Hoe kort ook, denkt m’n berekenend zelf er al automatisch achteraan.
Dat gaat onverhoeds hard maar toch voor even door m’n hoofd.
Een voorbehoud om alles van te voren correct in te schatten.

Maar zo gauw ze hoog op springt, tot 2 maal toe, haar lijf tijdelijk zwevend in de lucht, ze weet dat dit beeld misschien wel alles is wat me bijblijft, haar achterpoten pogend met die van voor gelijk te blijven, maar dáár zit de afzet & van vóren zit de aanraak, zo gauw ze hoog op springt, haar tanden teder m’n trui, mouw of jas kussend, ‘t midden tussen kussen, raak me, hou me, ga niet, kruip in me, aai me & doe mee; zie je, zo gauw ze tegen me opspringt, met alle blijkbare bewondering van dien, ben ik alweer kwijt wat m’n stuntelige voorbehoudsels waren, waar m’n gedachten waren, wie ik was & wat ik deed dat ik er niet vanzelfsprekend 1st voor haar was, die flappert & zwabbert & schudt, bijt & lacht met al die dingen die niet los kunnen komen, maar haar wel, haar wel, haar wel (haar tong zoekt m’n nek, m’n oren, desnoods m’n baard), herhaalt ze met al haar doen, haar wel, haar zijn, als in een liefdesstorm.

& Dan, enigszins geluwd door een gedachte, die van mij natuurlijk, een beweging er achteraan, waardoor ze begrijpt dat ‘t niet eeuwig door kan gaan, af & toe nog zachtjes lief bijtend me vasthouden aan m’n kleren, terwijl ik haar niet vergeten ben, maar geconcentreerd tegelijk bezig met zoeken naar de riem die ons over verre paden moet leiden.
Is ze met 2 sprongen weg.

Konijnen van 2 tuinen verder.
Vogels die voorbij vlogen.
Een wind die rook.
& Mij onverklaarbaar vergeten.

‘t Duurt me 2 min om alles op een rijtje te zetten, de spullen te pakken, de deur op slot, voor ‘t geval dat ik haar meteen te pakken krijg. & Voor haar nog 1tje extra om op ‘t schreeuwen van ‘DOORTJE!’ te beseffen dat ze nog steeds van me houdt.

Is er toch iets stiekem Zijperspace binnen gedrongen.

Stoeptegelspleetkrijtstadsnatuur

Vanuit Frankrijk kwam afgelopen jaar via Engeland een nieuwe manier van ‘natuur delen’ naar Nederland: krijten op tegels. Dat kwam goed uit, om verschillende redenen.
Ten eerste was het woord ‘stoeptegelspleetplant’ door een zekere Willemien Troelstra uitgevonden om kleine eigenwijze plantjes onder de aandacht te brengen die in het stedelijke gebied zich hartstikke op hun gemak voelen en de menselijke ijver alles te willen bestraten weten te waarderen. Ze groeien gewoon tussen de spleetjes van aanliggende tegels door. Zeg maar zoals ze gewend zijn dat te doen in rotsachtige omgevingen, waar ze oorspronkelijk vandaan komen.
Tegelijkertijd kwamen er enkele boeken op de markt die over de stadsnatuur handelden. Een handige gids bijvoorbeeld die het tot de shortlist wist te schoppen van Beste Natuurboek van afgelopen jaar, de Jan Wolkersprijs. Deze Stadsflora van de Lage Landen laat je door middel van bloemkleuren de namen ontdekken van planten die in de stad groeien. Daarbij wordt eerst uitleg gegeven over enkele termen die er voor verschijnselen in die stadsnatuur worden gebruikt.
Zo is het bijvoorbeeld handig om het onderscheid te weten tussen archeofyten, planten die vóór 1500 hun plek in ons land vonden, en neofyten, die na dat jaar Nederland hebben gekoloniseerd. Verder zijn er adventieven, wachtkamersoorten en tuinvlieders, die elk een methode van de verhuizing van plantensoorten moeten aangeven: van een balkon naar de muurrichel, per ongeluk meegekomen met handelswaar of uit het Middellandse Zeegebied, maar zich hier in stadse warmte ook lekker lijkt te voelen en tot invasieve exoot uitgroeit door te gaan woekeren in deze voor hem vreemde omgeving.
De stadsnatuur is ‘booming’. Niet alleen omdat er veel over geschreven wordt tegenwoordig of omdat die invasieve exoten zich zo ijverig voortplanten, maar ook omdat je tegenwoordig meer soorten (planten, in dit geval) in de stad vindt dan op het platteland. Het bestaat uit zoveel verschillende soorten plekjes dat het mogelijk is om vele soorten tevreden te stellen. Elke plant zijn eigen ideale omgeving.
Nog een derde reden waarom dat Franse krijten op tegels goed uitkwam, is de corona-crisis. Natuurexcursies werden afgelast: wandelen in een groep mag niet.
Eind van het jaar vindt altijd de Eindejaars Plantenjacht plaats: kijken welke planten er op dat moment nog groeien. De organisatie heeft opgeroepen dit keer de namen met krijt op de tegels te schrijven. Zoals het krijten vorig jaar een rage in Frankrijk werd.

Dat betekent voor iedereen een gratis excursie door de stadsnatuur. Hopelijk ook in Amstelveen.

In Zijperspace liggen zo weinig tegels dat er weinig spleetnatuur te vinden is.
(Column geschreven namens IVN geschreven voor Amstelveens Nieuwsblad)

Instaspaced (LVIII)

Ik heb in enige mate wel te doen met de snelle vergankelijkheid van blaadjes: zit hun taak er op, na niet eens een jaar vol gemaakt te kunnen hebben, zodoende niet de kans te hebben gehad de verschillende aspecten te aanschouwen die zich voordoen in de 4 seizoenen, daarentegen slechts bezoek genoten te hebben van een incidentele minerend insect – hoewel gezellig keuvelen niet van toepassing lijkt bij zo’n rups of made, die z’n mond liever gebruikt om zich rolrond te eten van de wanden van de daardoor uitdijende logeerkamer – worden ze slechts door een enkeling gezien op hun oude dag, als hun kleurpracht in volle glorie wat mij betreft had mogen schijnen.

In nagedachtenis van al dat verbladderd is in Zijperspace.
(Foto [in betere kwaliteit, want rottig kopiëren als je je eigen foto’s ergens anders wil plaatsen & ‘t je onmogelijk wordt gemaakt door FB] & tekst eerder geplaatst op Instagram.)

Instaspaced (LVII)


De gele hersentrilzwam parasiteert niet de boom – die is al dood – maar de eveneens gele, maar van een totaal ander kaliber geel, korstzwam, saprotroof van beroep, & doet dat doodgemoedereerd op een klein grasveldje in de Watergraafsmeer (Amsterdam) & gedraagt zich daarbij als een openbaar museumstuk ter meerdere glorie van de reeds zo in zwang zijnde stadsnatuur; & ik kreeg de taak toebedeeld dat te onthullen: gezwind even langs in de Jan Wattstraat.

De route die kant op is aldus bewegwijzerd in Zijperspace.
(Foto [in betere kwaliteit, want rottig kopiëren als je je eigen foto’s ergens anders wil plaatsen & ‘t je onmogelijk wordt gemaakt door FB] & tekst eerder geplaatst op Instagram.)

Instaspaced (LVI)

Men moet zo’n vergeten bloem, of bewuste laatbloeier, niet onachtzaam voorbij gaan: ze hebben zich met opzet aan ‘t seizoensritme ontrukt, losgetrokken van hun soortgenoten waar ze wellicht nog mee weten te kruisen mocht hun beider bloei wel afgestemd zijn op elkander; de voorkeur gaat bij dergelijke subspecies uit naar einzelgängerigheid & rust vanwege al dat gedoe, dus laat ze blank & voor anderen in ‘t donker groeien opdat ze hun vruchten op een andere wijze kunnen spreiden & schenk ze de blik van begrip als ze even niet op hun qui vive zijn.

Zijperspace is nog steeds even gevuld.
(Foto [in betere kwaliteit, want rottig kopiëren als je je eigen foto’s ergens anders wil plaatsen & ‘t je onmogelijk wordt gemaakt door FB] & tekst eerder geplaatst op Instagram.)

Speellijst (VIII): SlowSlow ToutTout Slow

18 Januari 2018 ben ik begonnen met ‘t samenstellen van deze speellijst. Met La Boxeuse Amoureuse die ergens onthouden moest worden. Misschien dat ik door ‘t woord boxeuse op op een gegeven moment op ‘t idee kwam op zoek te gaan naar een plaatje dat hoorde bij een berceuse: een slaapliedje.
Slaapliedjes staan er dus ook in. Die zijn per definitie zacht van toon, al zachter naarmate de slaap nadert, & traag, ooglidvallend traag.

Nóg een misschien: dat ik wellicht voorvoelde dat ik deze lijst nodig ging hebben in de niet al te verre toekomst.
Nou hou ik zowiezo van tranendal in muziek. Tranendalen van liefdesproblemen & zoeken naar teder. Als dat gecombineerd wordt met de juiste pace, dan zwijmel.
Zoals de bede bij Please Be Good to Me. Je denkt even dat op een gegeven moment Hannah Williams zal gaan krijsen, maar de traagheid van smeken treedt weer in.

Ik had deze lijst uiteindelijk hard nodig. Zoals ik ook de natuur nodig had, een bos met niet al te veel mensen, waar ik meegezogen werd door m’n fascinatie voor insecten & de wil ze in levende lijve tegen te komen.
Dat laatste zorgde ervoor dat er weinig van buiten invloed op me kon hebben. Dat heeft muziek ook, maar daarbij wordt bovendien behoorlijk wat emotie van binnen plots weer bewust beleefd.
Je zou zeggen dat dergelijke emoties misschien niet opgezocht moeten worden gedurende een burn-out. ‘t Werkte echter bij mij. Door de traagheid waar ik de nummers op had geselecteerd. Ik werd al luisterende door dat tempo naar een emotioneel dromenland getrokken, een zweverig feel-good-gevoel.

Liefdesverdriet van jaren her kwam terug, maar dan meer op een toon van ‘weet je nog wel’, dan van herbeleven met z’n ups en downs. Diverse ex-en zijn de revue gepasseerd terwijl ik, als 1 van de weinige tuinbezitters, uren achter elkaar op de volkstuinen takken stond te knippen.

Ik ben ook op de zolderkamer geweest waar ik na m’n 20e weer teruggekeerd was. Hoofd stekend uit ‘t klapraam om zo min mogelijk rook te laten verraden dat ik binnen rookte. Op dat moment niet wetend wat ik anders moest doen, totaal geparalyseerd door de angst weer te gaan hyperventileren.
Daniel Johnston nam me bij de hand om daar terecht te komen.

Als ik deze speellijst aan heb staan, in de keuken tijdens koken, als ik lange afstanden af aan ‘t leggen ben, komt we wel eens voor dat deze muziek me uiteindelijk gered heeft. Niet door me ergens uit te trekken, maar door andere dingen niet binnen te laten komen. Zoals tijdens m’n zoektocht naar insecten.
Geen prikkels, zouden m’n begeleiders van afgelopen jaar dan zeggen.

Maar de tijd ging ook sneller. Ik fietste naar Nijmegen 105 km (een week later ook weer terug) met een boxje die deze muziek voor me speelde. Niet te hard, zodat de spaarzame medeweggebruikers er geen last van zouden hebben. Toch weer harder als ik een lege rechte weg te gaan had, zodat ‘t kon proberen te schallen over de koeloze weides.
Ik vergat m’n eten, ook hoelang ik al gefietst had, m’n spieren voelde ik pas als ik rechtop probeerde te staan & de nummers even moesten zwijgen voor de verlate boterham. Na Donald Byrd vlak na opnieuw vertrek was ik dat alweer kwijt, dat gevoel. De muziek trok de stijve stugheid uit m’n spieren.
Ik had een koptelefoon kunnen dragen, maar dan had ik de fietstocht minder gevoeld.

Als ik deze speellijst niet had samengesteld, was ik niet meegesleurd in die gemoedsstemmingen van anderen, had ik m’n eigen sores laten prevaleren, had ik m’n burn-out minder goed kunnen relativeren. Door me mee te laten nemen naar ‘hogere’ sferen kwam ik dichter bij, met beide benen wat steviger op, de grond.

Ik wens degenen die de moeite nemen (delen van) de lijst te luisteren iets dergelijks toe.

Vandaag alleen maar traag & gemoedsrust in Zijperspace.

Burn-out, burn-in

In maart zit ik 2 jaar thuis. Ziektewet.
Niet alleen maar thuis, natuurlijk. Hoewel de lockdown, hoe intelligent ook, daar best voor had kunnen zorgen.
Toen de 1e mooie dagen van 2019 zich aandeden, ben ik de natuur in gegaan. Voornamelijk ‘t Diemerbos, hoewel ik een tijdje heb lopen zoeken wat de beste plek was om regelmatig naartoe terug te komen. ‘t Zorgde ervoor, al zoekend naar insecten, dat ik vanaf ‘t moment van aankomst aldaar de wereld, die van binnen & die van buiten, los kon laten. Niets had plots nog invloed op mij.

Tijd gaat door. Er worden door anderen processen in werking gezet. ‘t Is immers niet de bedoeling dat ik voor eeuwig in lethargie zou verkeren. Hoewel mijn onderdeel dat ‘hyper’ doet, er wel voor zorgde dat slapen niet de overhand kreeg.

Je zou denken dat je dan geholpen wordt. Maar als dat gebeurt lijkt dat meer op trekken. Soms iets aanreiken. & Steeds weer moet je ‘t zelf doen. Je mag blij zijn dat er mensen zijn die je dat extra zetje kunnen geven.
Ik kwam er achter hoe moeilijk ‘t is hulp te vragen.

Plots blijkt er dan een instantie te zijn die wél precies ‘t goede doet. Als vanzelfsprekend werd ik op sleeptouw genomen, werden er diagnoses gesteld & kreeg ik therapie. Ze zeiden daarbij tot hoever ‘t zou gaan, hun begeleiding, & gelukkig duurde ‘t toch ietsjes langer.

Ik kreeg een belletje vanochtend omdat ‘t afgesloten moest worden, ‘t document opgesteld. Of wellicht noemen ze ‘t een rapport.
Degene die daar verantwoordelijk voor was, moest mij in ieder geval 1 keer gesproken hebben. Dat was nog niet gebeurd, dus daarom belde ze me.
Of ik iets wilde zeggen…

Dan ga je bij jezelf te rade. Val ik hen niet af als ik kritiek lever? Pakken ze dat wel goed op?
Maar m’n mond was al bezig te zeggen: ‘Ik kreeg tijdens ‘t diagnose-proces al te horen dat ik een coach kon krijgen. Maar uiteindelijk sta ik na 1½ jaar pas sinds kort op een wachtlijst. Als laatste werd ik aan de laatste wachtlijst toegevoegd, omdat volgend jaar alles in Amsterdam gaat veranderen. Maar ‘t zou prettig zijn geweest als er meteen tot handelen was overgegaan in die tijd, als me eerder was verteld dat ik in actie moest komen.’
Dat was goede feedback.
‘t Heette geen kritiek.

Ik heb wel een jobcoach. Wat niet zoiets is als wat ik hierboven bedoelde. De jobcoach is mij toegewezen in ‘t kader van ‘t 2e-spoortraject. Wat zoveel betekent als dat deze persoon mij moet begeleiden bij ‘t zoeken naar werk. Sollicitatietraining plus alles wat daarbij komt kijken.
Met lichte dwang.
Er moet blijkbaar resultaat geleverd worden.
Zo’n jobcoach is anders dan de coach die ik nodig heb om normaal te kunnen functioneren. Om daadwerkelijk stapjes verder te komen. In ‘t gehele leven, zeg maar.
Tijdens de 1e telefonische gesprekken heb ik verteld wat mijn diagnose was, zodat ik een gespecialiseerde jobcoach kreeg toegewezen. Ze heeft ervaring met mijn soort gevallen. Ook een extra cursus gedaan.

Tussen mijn 20e & 24e kreeg ik ‘t regelmatig benauwd. M’n moeder heeft mij toen geholpen door uit te leggen hoe ik rustig moest ademhalen.
Hoofd naar beneden. Doe maar rustig tussen je knieën. Adem in, adem uit.
Terwijl ze over m’n rug wreef. Af & toe hand rustend op m’n schouder.
Mijn vader kon dat niet. Maar hij zag lijdzaam toe. De ongerustheid in z’n ogen als ik even omhoog keek.
Kom nu maar weer overeind, zei m’n moeder. Adem in, adem uit. & Ze liet haar handen nog steeds voelen. M’n hete adem schuurde m’n longen in.

Ik heb van m’n jobcoach opdracht gekregen 4 sollicitaties te schrijven voor de volgende ontmoeting. De 1e vandaag.
Ze weet niet hoe hard mijn longen kloppen & m’n hart ademt.
Ik heb haar in m’n hoofd al uit haar functie ontheven.

De vraag is alleen niet of ik daartoe bevoegd ben in Zijperspace.

Boormachine

De boor klinkt nog niet overtuigd. Alsof-ie niet weet wat-ie aan ‘t doen is, hoe diep-ie moet gaan & wat er na z’n werk komt te hangen.
Zo ongeveer zoals ik een boormachine zou hanteren.
M’n moeder deed vroeger al de elektriciteit, waar wij onze vader uitlachten & hij verzuchtte dat hij al hard genoeg had gewerkt, waarop m’n moeder dat voor hem bevestigde & wij nog grappiger grappen grapten.

Ik heb ‘t dus van m’n vader, dat onverstoorde. Hij ging gewoon door met uitpluizen van wie wij afkomstig waren, vaderskant, moederskant, vaderskant van vaderskant, ook de moedervariant & dat gespiegeld aan onze moeders voorva- & moeders. Onverstoord.
Tenzij je zijn pen even wilde lenen. Of ‘t potloodje dat tijdens z’n hobby-werkzaamheden achter z’n oor stak.
‘In m’n handen terug,’ kwam hij dan uit z’n tot dan toe volledige aandacht voor wat voor hem lag of stond, terwijl hij die zin liet samengaan met een strenge & serieuze te gehoorzamen blik.
Zelfs z’n zondagse jazzmuziek met voor zijn doen olijke begeleidende trommelkunsten met z’n vingers op de plank (snelle uitleg: die lag in dit soort omstandigheden boven z’n schoot, met daarop de typemachine, zijn genealogie-aantekeningen of 1 van z’n andere ontelbare hobby’s) haalden ‘m niet uit z’n concentratie. Die waren juist om die te bekrachtigen, vermoed ik nu.

Ter vergelijking: in een overvolle kroeg was ik in staat om een boek te lezen, ‘t geroezemoes juist een aanmoediging me verder in ‘t boek te verdiepen, heerlijk dat drukke gedruis dat golft als de herfstige zee, & enkel schuin over ‘t randje boek afgeleid te laten worden door vrouwelijk schoon waar ik dan een maand of langer een relatie mee kreeg.
Maar vooral niet veel langer.
Daar was mijn concentratie dan weer veel minder dan die van Pa.

& Dat lag niet aan m’n gebrek aan liefde. Die was er wel. Ik wist alleen niet een vrouw te vinden die me door liet gaan met m’n hobby’s.
Ik was misschien wel zo’n boor als die van de buren, die inmiddels gestopt is, o nee, weer begint, die slechts kort in gebruik wordt genomen, rustig terzijde wordt gelegd, zodat-ie weer in z’n eigen wereld kan treden & als-ie weer nodig is voor wat onrust kan zorgen, maar ach, dat neem je zo’n jongen toch niet kwalijk, want eigenlijk weet-ie gewoon niet waarvoor hij ‘t doet.
Maar er blijft straks wel iets hangen. Leuk plaatje misschien ter herinnering.

‘t Is weer zo’n zondag in Zijperspace.

Collectioneren

‘t Was als ‘t aanleggen van een collectie. Ik ging de deur uit & probeerde nieuwe te scoren. Dan kon ik ze later laten zien aan de anderen.
Van postzegels zou je tenminste nog kunnen zeggen dat elk exemplaar anders was; dat was in dit geval niet echt zo. Alleen met goed kijken, je neus erbovenop.
Daar liep je dan ‘t risico bij door de eigenaar betrapt te worden.

Maar postzegels waren ook verslavend. Dat staat me nu duidelijk bij, maar toen had ik nog niet al te vaak met een verslaving te maken gehad.
In de hoogtijdagen keek ik dagelijks toch even tussendoor hoe ‘t er voor stond met m’n postzegelalbum. Ik fietste desnoods langs om te zien bij de leverancier, waar ik een abonnement voor Noorwegen had afgesloten, of er al nieuwe waren aangekomen.

Met de Canta’s stapte ik ook op de fiets. Ging wijken langs waar ik nog niet eerder was geweest.
Van de week las ik een artikel van een man, een kunstenaar, die een app had ontwikkeld waarbij de straten van Amsterdam verdwenen als iemand daar had gelopen.
Moest je wel de app op je telefoon hebben.
& Zo werd heel Amsterdam herontdekt tot er geen straat of steeg meer onbetreden, dus verdwenen was.

Ik herontdekte Amsterdam. Die bleek groter & warriger.
Maar ik bleek nog lang niet overal te zijn geweest.

Dus arriveerde ik op een gegeven moment in Amsteldorp. Kort geleden. Nieuwsgierig geworden door ‘t omvallen van ‘t café daar in de buurt.
De begeleidende foto bij ‘t artikel toonde een man aan beademing, die klaar stond z’n Canta te betreden. Z’n laatste bezoek zat er op. Hij zou misschien wel een nieuw buurtcafé beginnen in z’n huis, want daar stond een horecavergunning op. Voor na de Omval.

‘t Zaadje was in voedzame aarde terechtgekomen. ‘t Plantje begon opnieuw te groeien.

Ik moet er bij vertellen dat je ‘t liefst enkele tegelijk op de foto wilde hebben. Maar dat voor een ziekenhuis vals spel was. Telde niet mee, want te gemakkelijk scoren.
Misschien dat ik in de loop der jaren, geheel afgekickt van weer een bevlieging, dergelijke mogelijkheden ben tegengekomen. Maar m’n hoofd wilde ze niet meer zien.
Dat is ook zo: als ik ergens mee stop, doe ik dat net zo fanatiek als dat ik er mee begonnen ben. Enkele dagen pijn, maar vervolgens een fris hoofd.

Ik trof er dus 2 in Amsteldorp. Of eigenlijk 3. Nr 3 was dus de 1e keer dat ik ‘t nieuwe model voor ogen kreeg. De 1e keer dat ik me er bewust van was.
Maar ik moest kiezen. Een zomerseizoen had ik ervan gedroomd er 2 tegelijk tegen te komen, samen passend in 1 kader. Nu was ‘t zover & ik wilde kiezen voor ‘t nieuwe model, alleen in een eenzame straat.

Ik herinnerde me opnieuw de eigenaar van de postzegelwinkel. Hij vroeg me plots waarom ik er nu alweer was. Ik had 2 dagen ervoor m’n nieuwe postzegels uit Noorwegen opgehaald.
Maar ik wilde nog even naar de stripboeken kijken, zei ik. Daar had ik de vorige keer de tijd niet voor.
Knalrode kop vanwege de halve leugen.
Dus koos ik voor de versleten kleur van de 2 canta’s oud model. Daar werd m’n afwijking minder van, besloot ik.

Echt rood kleurt niet goed in Zijperspace.