Log(eer)boek

Ik zal toch iets moeten schrijven als ik me voorgenomen heb bij te houden wat me zoal bezighoudt in den vreemde, al is ‘t dan een huis waar ik eerder met Tineke op de katten & ander huisgedierte heb gepast.
‘t Is een leuk hangijzer om verhalen aan op te hangen. ‘t Vreemde roept andere onverwachte associaties op.

Dus ook op de 1 na laatste dag. Ook al heb ik me gister eigenlijk al voorgenomen de hele dag binnen te blijven. Een moment van geplande lethargie waarvan ik me nog net besef dat die niet uit de hand mag lopen.

Ik werd enigszins wakker geschud op ‘t moment dat tijdens 1 van de onderwerpen tijdens ‘t radioprogramma Nieuwsweekend ‘t woord lactose-intolerantie werd genoemd. ‘t Werd in verband gebracht met depressiviteit, maar bij ‘t nabeluisteren van ‘t item bleek ‘t vooral te gaan om hoe je bacterie-huishouden invloed kan hebben op stemmingen. Depressesies, onstemmigheid, onwelbehagen, etc. worden dus mogelijk in je buik veroorzaakt.
Mogelijk te bestrijden met probiotica, was de heilboodschap.

Terwijl ik net een salade als ontbijt voor mezelf had bereid. Zo rijk mogelijk. Als in variatie in ingrediënten. 2 Soorten sla, vers uit een abonnement van de buren die op vakantie gingen. Ook oma ging weg, zei de grootste van de kleine kinderen die een half uur op m’n logeertrampoline hadden mogen springen. Vandaar ook de bos lente-uien.
Waar de grens met bosuien of salade-uien ligt, vraag ik me al jaren af.

Naast lactose ligt fructose moeilijk bij mij. De afwijking uitspreken gaat me daarentegen goed af, hoewel ik wel enige weken heb moeten oefenen op vloeiend fructosemalabsorptie. ‘t Is dat huppelen tussen verschillende klinkers & medeklinkers wat de tong kan breken.
Als je ui bakt hebt je niet te maken met fructose. Maar ik gebruikte ‘t groene gedeelte voor de salade. Dus dat was niet nodig.

Ondertussen zit ik me nu af te vragen hoe ik al vooruit wist dat ik me aan geplande lethargie zou overgeven.
De inhoud van de Nieuwsweekenduitzending was me onbekend.
De buurkinderen waren nog niet wezen trampolinespringen.
Er waren mij tot ‘t vooruit plannen voor vandaag geen overgebleven kroppen & bossen overhandigd.

Ik heb al uren geen honger. M’n buik voelt als 2 keer zo dik. Er zit een postzwangerschapsrol boven m´n mannelijkheid te hangen. Ik wil de deur niet uit & ‘t ligt niet aan de regen, want die is al een paar uur voorbij.
Ik heb bacteriën die ‘t niet accepteerden dat er geen rekening met ze gehouden werd. Niet die lactose-intolerante bacteriën: de fructose-varianten.

Ik zeg niet dat ik probiotica wil. Ik wil gewoon een reset. Doe maar een complete verbouwing daar.

Want men moest eens weten hoe somber ik werd toen maar 1 bezoeker langskwam in Zijperspace vandaag & er geen burp van verlichting zich aandiende.

Niemandspaadje

‘t Vreemde is dat ik me tot nu toe ‘t gelukkigst voel op een onbestemd paadje net over de grens in Duitsland.
Vandaag kwam er een vrouw mij voorbij rijden richting doodloop waar ik op dag 1 heb gezeten & de wereld heb beschouwd. Ik zag haar hulpeloos strijden waar ik blij was dat er geen oplossing was, geen weg naar buiten dan de weg in die ik de dag ervoor ook had proberen te vermijden door door te rijden.

Ik vond ‘t wel prima zo. Er stond een bankje vlak voordat ‘t niet verder ging. Zo’n niet te vinden bankje als je er op geattendeerd bent dat ‘t een weg met een einde is. Waarom zouden mensen immers op doodlopende paadjes hun weg voort willen zetten als ze op de hoogte zijn van hun onbestemdheid?
Ik hield wel van die symboliek. Slechts een beetje verwondering over waarom, maar daar liet ik ‘t bij. Ik had m’n plek gevonden. Anderen mochten zich voor even niet met mij bemoeien, tenzij ik anders wilde. Rijk alleen.

Ik had mijn fiets vandaag op de plek van de laatste afslag gezet. Alles van ‘t eindgebed, van vluchten niet meer mogelijk, van dood of lopend, daar wist ik alles al van: dan moet je niet de goden gaan verzoeken. Niet nog een keer.
Dat heb ik niet in die termen op dat moment bedacht, maar wel intuïtief zo gevoeld. Ik had er op dat moment geen woorden voor nodig. Ook geen gedachten die behoefte hadden woorden te worden.

Tot mevrouw langs kwam.
Ik dacht – knikkend van goedendag zoals je doet als je er van uitgaat dat er niet veel goedendags zullen volgen op zo’n plek – ze gaat voor de bank. Heerlijk rustig. Zelfs als ik op 200 m afstand blijf waar ik ben. Ik bij de uitgang naar de rest van de wereld & zij bij ‘t doodlopend bankje van ‘t eind ervan.

Ze bleek geen ervaring te hebben, net als ik de dag ervoor. Op de plek waar ‘t naar stront rook, ik vermoedde gister iemand die eerder eindelijk een geheimveilig plekje gevonden had voor acute diarree, gevolgd door de strontvliegen die zich niet lieten storen door een gebrek aan doorgaande fietspaden, & zich daar in alle gehaaste rust van acuut dus had ontlast. Bij de boerenwormkruid & de bijvoet die ik op insecten wilde onderzoeken.
Maar met strontvliegen deel ik geen passie.

Zij wilde door. Ik zag haar ronddraaien op haar fiets alsof zich er een rotonde bevond. Meermaals. Waar ik wist dat keren nog best moeilijk was op ‘t pad dat overal even breed bleef.
& Na 5 min reed ze terug, voorbij weer aan ‘t bankje aan ‘t eind van de wereld, waar ik m’n vrede had gevonden.
Vervolgens mij passerend zei ze me opnieuw gedag, nu wat minzamer & minder gehaast. Berustend.
Ze sloeg wederom niet mijn uitgang in, waar ik de wacht hield bij de brug over ‘t water terug naar ‘t grote, snelle verkeer, alles controlerend dat niet aangetrokken werd door stront.
Zij reed terug dieper Duitsland in, waar blijkbaar haar huis stond.

We gebruiken dezelfde munten, dacht ik, maar blijkbaar ligt ‘t onbestemde toch ‘t liefst aan jouw kant van de grens. Maar zwart blijft donker & stront stinkt net zo hard.

Behalve die van Zijperspace natuurlijk.

Voorvoorbereiden

Wat je niet vies maakt, hoef je ook niet schoon te maken. Dat is een drijvende gedachte ondertussen, hier op dag 3 in een huis in ‘t zuiden. Dan reken ik maandag niet mee, want dat was de dag van aankomst. Hoewel ik misschien wel juist die dag ongemerkt m’n stempel van aanwezigheid op diverse plekken heb achtergelaten.

Tegelijkertijd is er een stelregel die ik van ex-vriendinnen heb meegekregen, hoewel ze ‘t me niet letterlijk hebben bijgebracht, maar me er wel op gewezen hebben.
Die stelregel luidt zoiets als: alleen vanwege je aanwezigheid wordt ‘t ergens vies.
Ongemerkte viezigheid ontstaat vanzelf. Omdat je nou eenmaal continu huidschilfers & haren verliest. Omdat je met je schoenen van buiten naar binnen komt. & Wat denk je van een kopje of bord dat je op tafel zet? & Alles kruimelt & dat heb je lang niet altijd in de gaten.

De dag voor vertrek wordt dus aanpoten om al m’n sporen te wissen.
Alleen ben ik er nu al mee begonnen. Want geleidelijk aan ben ik om de schoonmaak alweer een systeem gaan construeren & er daardoor continu aandacht aan gaan besteden.
Ach, ik weet inmiddels wel hoe dat werkt bij mij, maar ‘t heeft me elke keer weer sneller te pakken dan dat ik in de gaten heb. Zo’n ex heeft me ooit ergens op gewezen & ik word ‘t efficiënte & overijverige jochie dat al z’n doen & laten in ‘t teken zet daarvan of anders alles voorbereidt & klaar zet op de ultieme (zo kort mogelijke) grote schoonmaak aan ‘t eind.

Nu ik me er weer bewust van ben valt ‘t me nog mee dat ik niet al begonnen ben met inpakken voor maandag.

Hoewel nog niet alles is uitgepakt in Zijperspace.

Optelsom

Je kan jezelf beter veel kleine dingen afvragen dan altijd maar grootse problemen proberen te analyseren om jezelf ‘t gevoel te geven dat je de wereld dan reuzenstappen verder helpt.
Heb ik vanochtend bedacht terwijl ik de helft van ‘t overblijfsel bami van gister op at. De bami was klein, had ik besloten & of ik wel zo snel na ‘t slikken van een pil voor m’n schildklier die bami kon eten was groot, al had de mensheid daar ook nog niet veel aan.
Tevens nog redelijk bescheiden, moet ik toegeven, maar dan ziet men de proporties waarin ik leef momenteel.

Dat die bami klein is in mijn beleving komt doordat er, al hangend boven de pan met een hoekige roerspaan moeilijk in m’n mond gestoken, een vleug van m’n moeders 1e pogingen van bami tot mij doordrong. Lekker net iets te veel zonnebloemolie, een mengsel van weeïge  bami & net iets te knapperig vlees & nog iets dat er niet in thuis hoorde, want Ma had ‘t recept verkeerd geïnterpreteerd. Waarschijnlijk doordat ze bij de vrijdagse boodschappen met de zussen niet over haar budget wilde raken. & Natuurlijk omdat 3 (soms 4) zussen evenzovele adviezen hadden, want ze hadden allemaal wel minstens 1 vrouwenblad van voor naar achter uitgepluist afgelopen week op recepten & nieuwe kapsels, die ze uiteindelijk geen van allen op zichzelf zouden uitproberen.

Mijn bami was natuurlijk allesbehalve wee, wel rijkgevuld & had bovendien voorbereide grootverpakkingskwaliteit van Appie gemengd met eigen vindingrijkheid die er voor zorgde dat ik er maar moeilijk af kon blijven in de ochtend van half uur wakker.
Doe daar een bedrieglijke zweem vakantiegevoel bij vanwege ‘t ergens anders slapen, plus een tijdelijke ontkenning van poezen & konijnen die nog hun ochtendvoer moeten krijgen & er staat daar onder de afzuigkap een gelukkig schranzende man die bij elke hap denkt dat ‘t z’n laatste is.

Zo rond dat moment ploppen plots de kleine vraagjes op, zoals de ballonnen die je als kind meenam ‘t bad in & je een weke rimpelige huid bezorgden vanwege de eindeloosheid van ‘t spelletje ze vanuit diep onder water omhoog te laten schieten.
Dezelfde onnozelheid, zeg maar, ‘tzelfde enthousiasme & een gevoel van week. Maar dat laatste zal wel de door Appie gaar gekookte bami zelf zijn geweest.

Een boel klein maakt uiteindelijk een grote optelsom, bedacht ik ook nog na alle afzuigkaponbenulligheid & een voor de ochtend veel te volle buik.
Ik schepte wat nog restte in een diepvriesbakje dat ik gister bij aankomst leeg gegeten had & begon me toen af te vragen welke bestemming die moest hebben: koel- of vrieskast? & Rekende deze vraag op bij de boel klein die ooit tot groots zou leiden.
Maar deze ochtend waarschijnlijk nog niet.

Er was genoeg anders te doen in Zijperspace.

Aanwezigheid

Er zitten al kringen. Terwijl ik hier alleen nog maar deze avond ben. Sinds half 7 om precies te zijn. Dat vertelde de routeplanner & hoewel ik de naam van ‘t routeplannerbedrijf niet wil noemen, want dan gaat-ie mij nog meer in de gaten houden, vertrouw ik die wel.

Bij de 1e vlekken ging ik m’n best doen, met een tissue uit de tissue-doos die misschien wel speciaal voor mij is klaargezet. Ik moet ‘t resultaat van 2 uur daarna nog bekijken. Maar eigenlijk heb ik de moed al opgegeven. Als op tafel al diverse kringen staan terwijl ik daar nog niets geks gedaan heb, kan ik beter wachten tot ‘t effectief meer resultaat heeft, zo’n schoonmaakactie.

Er zijn ook nog wat aanwijzingen achtergelaten. Altijd zwaar noodzakelijk. Want hoewel ik hier al een paar keer ben geweest, moet ik toch elke keer veel opnieuw ontdekken. ‘t Is niet je eigen huis, toch? Zo’n systeem moet elke keer weer geheel doorgrond worden omdat ‘t niet die van mij is. & Systemen ontstaan uit per-ongelukke praktischheden, al improviserend bij ‘t in de loop der jaren inrichten van je huis.
Ik weet er alles van. Ik heb heel veel per-ongelukheden & weinig improvisaties naast die van laten liggen waar er plek was.

Maar god, geef me dweiltjes. & Doe er meteen een tandenborstel bij, want daar heb ik er ook 1 tekort van.

Hoewel ik me wel af zitten vragen of ik dan alle dweiltjes & andere viezigheden, ik noem bijv ‘t beddengoed waar ik 7 nachten in ga slapen (hoewel ik nimmer kwijl & de meeste vanzelfsprekende dagelijkse sporen in m’n kleren blijven hangen, of anders in de wasbak of douche), die dan nog moet wassen voordat ik de woning verlaat…
Oeps, wat heb ik afgesproken over de sleutel? De brievenbus?

Er ligt, zoals ik al schreef, een lijstje met aanwijzingen. Waarbij dat laatste eigenlijk niet ‘t juiste woord is. Alsof je een computerspelletje speelt & oplossingen moet vinden & onderweg hints krijgt.
‘t Is meer een briefje. Van: ‘Welkom’ & ‘Heb je een goede reis gehad?’ plus ‘Je bier staat koud.’
Had ik zelf achtergelaten bij de voorbespreking vorige week.
Maar ik ben te moe & te uitstellerig (een vervelende variatie op ‘t gelijkende ‘aanstellerig’) om die moeilijk leesbare notities te lezen.

Zo heb ik me, omdat ik dan toch moet schoonmaken, mezelf alweer enkele vrijheden gegund. In dat korte tijdsbestek dat ik me hier bevind heb ik dat al bij mezelf voor elkaar gekregen.
Wc-bril stiekem niet naar beneden na afloop.
Die eerder genoemde kringetjes van bierglas & -fles op tafel.
Niet controleren of m´n tissue-schoonmaakactie effect heeft gehad.

Heus wist ik wel dat ik een viezerik ben, in enige mate, maar dat ik er ook buitenshuis zo snel van die eigenschap zou gaan profiteren…

Ik wilde ze straks gaan vragen: kennen jullie Zijperspace al, maar ik geloof dat ik dat maar ga laten.

Vertel

Hoewel ik bijna alles vertel, behalve dan de dingen die ik verzwijg, maar ook die zijn te achterhalen, ben ik er niet aan toegekomen om ‘t er over te hebben dat ik op dit moment vertrokken ben.
Wat hier staat is dus gister.

Dat helpt me er meteen aan te herinneren dat ik m’n achterband nog even op moet pompen. Had ik nl gister bedacht.
Gewoon, voor de zekerheid. Dat ‘t net iets lichter gaat.
Verder zou ik ook nog wel een paklijst hebben kunnen samenstellen, maar dat werd weerhouden.
Weerhouden door veel voorkomend.
Veel voorkomend als in: dat ik er aan gewend ben niet altijd meteen te doen wat ik bedenk & daardoor op ‘t laatste moment, opnieuw, bedenk dat ik ‘t had moeten doen & dan achter ‘t toetsenbord blijf zitten om dat allemaal nog net even te vertellen aan weet ik wie.
Niet gedaan dus.
Alsof dat een interessant verhaal is waar ze op zitten te wachten.

Evengoed weg dus. Waarschijnlijk zonder bepaalde noodzakelijke medicijnen, met een halflekke band & een ongeschreven script over dat wat in ‘t voorgaande niet voorkomt, me zal voorkomen om te vertrekken of anders aan te komen waar ik arriveren moest.
Nou ja, ik moet niet overdrijven: zóu voorkomen om heelhuids aan te komen. Of incompleet.

Afgelopen jaar meermaals moeten vertellen dat ik tot rust kwam zo gauw ik in ‘t Diemerbos aankwam. Ik werd er niet toe gedwongen, daar moet ik duidelijk over zijn, Diemerbos noch vertellen, maar er werd wel ijverig geluisterd als ik ‘t ter sprake bracht.
& Sorry, er kwam geen oplossing daarna. Ziektewet was nog steeds ‘t hokje waarin ik opgesloten zat.
Die insecten in ‘t Diemerbos werkten evengoed al die tijd die na geen oplossing vanzelfsprekend toch volgde.

Op de lijst: laptop.
Anders is er straks geen verhaallijn over dat nadat wat ik de avond ervoor al geschreven heb.
Tevens: laptopoplader.
& Terwijl ik dan op de fiets zit morgen ga ik me afvragen hoeveel p’s & l’s in dat woord zitten & besluit ik m’n gedachtegang met de conclusie dat de ‘t’ & de ‘r’ de enige medeklinkers zijn die 1 maal voorkomen. De ‘e’ is ook zo’n ding, komt er een halve km later uit, maar ‘t druipend zweet voorkomt ‘t woord klinker in m’n hoofd te formuleren terwijl ik staar naar een ouderwets fietspad waar Parijs-Roubaix jaloers op zou zijn.

Ik ben nu. Morgen ben ik elders. Of in ieder geval onderweg daarnaartoe.
Hoewel m’n beeldscherm in dat nu van mij (niet die van u) groter is dan in dat morgenavond doodop starend naar de laptop, aangemoedigd door een laptopoplader dan, zal er niets veranderd zijn, zou ik bijna durven denken, nu.
Als ik daar de volgende ochtend als nu aan een tafel zit, 4 uur lang, de noodzakelijke pillen slik, uiteindelijk toch niet vergeet & een boterham eet, typ, treur, lach, plannen maak & blijf zitten, zal ‘t net zo zijn als…
Nu.
Met een beetje meer spierpijn.

Groeten uit Nijmegen dan, zeg ik nu alvast vanuit Zijperspace.

Ververhaling

Ik luister naar muziek die ik op m’n begrafenis zou willen horen. Of uitvaart, net wat jullie beter uitkomt & waar de muziek luider & gedragener kan klinken. Later, later, vertel ik meer over die muziek & sleep iedereen mee naar die afspeellijst. Zodat ik de kans krijg om uit te leggen waarom & hoe & nog wat vraagtekens die uiteindelijk zelfs voor de goede verstaander niet geheel beantwoord blijven.

De truc is om diverse verhalen tegelijk te vertellen. Dat er tussen de zinnen door gelezen kan worden. Soms is zelfs een interpunctie genoeg om iemand terecht te laten komen op een plek die dichtbij zou kunnen liggen waar je je leesslachtoffers uiteindelijk bijna zou willen hebben.
Dat heb ik inmiddels door.
Ze mogen nooit ‘t idee krijgen dat ze er helemaal zijn; ze moeten ‘t kietelen voelen. ‘t Kietelen van een mogelijk einddoel. & Dan blijkt dat slechts ‘t einddoel van de tekst.

Zo klinkt die muziek, m’n speellijst. Ik weet niet of dat ratjetoe van muzikanten dat zo bedoeld heeft. Zo met z’n allen met elkaar met iedereen afzonderlijk op volgorde van een hussellijst die je zelf kan besturen ook al heb ik ze bij elkaar gezet.
Maar poeh.
Poeh.

Ik schreef een tekst over een muis. Een mogelijke muis. Ik kwam er vandaag achter dat ik dat ooit gedaan heb. Iemand had die post gelezen, waardoor ik opnieuw van mezelf & m’n toenmalige muis op de hoogte gebracht werd.
Ik beschrijf m’n woning, een soortement onderweg naar die muis. Een beschrijving vanuit ‘t standpunt van de wc-zit, op de wc-bril, met voor me een boek om de tijd niet te verdoen. Er is even nodig om alles te beschrijven vanaf die positie & vanaf waar ik nu bezig ben te typen geloof ik wel dat ‘t redelijk overzichtelijk is. Men zal zich niet alle aspecten van m’n huis voor kunnen stellen, maar hij staat er wel. ‘t Is een lichte imprint van hem, m’n huis, waar ik leef.

Alleen die muis. Die mogelijke muis in m’n huis met z’n mogelijke piep.

Afgelopen middag, dat wat voor de lezer gister of langer geleden blijkt te zijn, werd me door een vrouw gevraagd, we waren beiden 2 bieren verder, welke nederlandse schrijvers me aanspraken toen ik alleen nog literatuur las.
Nog ff horten met dat er momenteel alleen nog maar natuurboeken bestaan voor me. Ook op de wc. Hoewel ik die opmerking oversloeg. Maar ik had ‘t kunnen hebben gedaan. Gemaakt.
Albert Alberts kwam er als 1e uit. Nescio werd 2st gekwalificeerd door m’n mond die meestal sneller is dan m’n gedachten.

Waarom ik dit allemaal vertel? Waarom zit u hier & ik ergens verscholen in een duistere hoek waar iedereen mij kan verstaan, maar mij niet kan raken?
Alberts & Nescio stelden niet al te veel vragen, een komma was genoeg. Een witregel.
& Ik leef nog steeds in datzelfde huis waar een muis was die piep deed. Probeer dat maar eens voor te stellen. Probeer dat eens.

Mijn dagen zijn ‘tzelfde, steeds weer. Van ontbijt tot ik ga naar bed. Er zijn slechts variaties die belangrijke dingen vertellen. Daar heb ik kleine dingen, een beetje woorden, voor nodig. Ik waag te geloven dat bij anderen dit ook zo is.
Per ongeluk schiet ik weer eens uit & gebruik ik net iets te veel.
Geen Alberts, geen Nescio.
Maar kent iemand Ozu?

Maar misschien ga ik te snel. Ik lijk jullie de mogelijkheid niet te gunnen om de ruimte die mij omhult goed genoeg te kennen om te weten dat er meer is dan een toilet, een plakje kaas geschaafd in morgengloren, een kilometerteller die, terwijl dit gelezen wordt, me zegt hoever ik dan onderweg ben, een slaapliedje dat m’n mond bij aankomen…

Sssst in Zijperspace.

Archief Zijperspace

Ik ben druk bezig. De F5-knop gebruik ik regelmatig daarbij. Als er iets nieuws is aangeklikt open ik die pagina.

& Dan kost ‘t tijd. M’n eigen stukken herlezen. Ellenlang zei ze, zei Zandstrand zo’n 18 jaar geleden. Ik heb er nu zelf ook onder te lijden. Hoewel teruggevoerd worden in die euforie van toen, ‘t lezen van m’n schrijven, ‘t zover als mogelijk me proberen voor te stellen hoe ik me voelde ten tijde van ‘t continu denken hoe de volgende zin moest gaan lopen (of juist niet, dat ‘t er vanzelf uit stroomde als een vloedgolf die over me heen kwam): ‘t is geen straf.

De verbazing, de verwondering, dat degene die hier zit dezelfde is als die persoon die toen schreef. Steeds weer is ‘t een vreemde gewaarwording dat ik in zo’n toestand in die tijd kon zijn die dergelijke gedachten had & die op zo’n manier kon vastleggen. Met de wetenschap dat wat er afgelopen maanden is bijgeplaatst me over 10 jaar ‘tzelfde gevoel kan bezorgen.

Ik besef me ondertussen dat ‘t een wel zeer goede ingeving was om m’n bezoekers te vragen ‘t Archief (Verstoft materiaal) in te duiken. Willekeurig, verzocht ik hen, een maand kiezen. Daar aanklikken op posts die bijzonder genoeg werden bevonden om mogelijk opgenomen te worden in een IRL-boek, een tastbaar boek, een drukinktboek.
Na ‘t aanklikken komen ze in m’n kijkcijfers terecht, had ik uitgelegd, & zijn ze daardoor geselecteerd om mijn onder mijn aandacht te komen.

Ik maak niet zo vaak contact met m’n publiek, niet via de teksten zelf die ik op de voorpagina plaats. Weliswaar probeer ik zo vaak mogelijk te reageren als een bezoeker iets achterlaat in ‘t reactieding. Maar ik weet inmiddels al een tijdje dat m’n teksten niet makkelijk uitnodigen te reageren. Jarenlang heb ik me enigszins gefrustreerd afgevraagd waar dat aan zou liggen.
Tot iemand me eens vertelde dat ‘t wellicht kwam doordat m’n posts op zich al een afgesloten geheel waren. Ze stonden op zichzelf. Ze riepen wel vragen op, maar dat waren geen vragen die per se een conversatie nodig hadden. Zoals hierboven geschreven: de teksten maakten geen contact met ‘t publiek: raakten ze slechts aan, zonder iets soortgelijks terug te verwachten.
Geen kwalitatieve diskwalificatie van mezelf overigens. Meer een vaststelling van hoe de communicatie functioneert in deze.

Overigens ligt de oorzaak van deze ‘communicatie’ ingebakken in wie & hoe ik ben, weet ik inmiddels. Ik zit niet voor niets al meer dan een jaar in de ziektewet, onder ‘t mom van een zogeheten burn-out. Onderliggende oorzaak is gewoon een afwijking waar best een groot deel van de bevolking mee te maken heeft, waardoor ‘t niet altijd makkelijk is te doen, te denken & op omgeving & gebeurtenissen te reageren zoals de ‘normale’ mens doet.
Daar ga ik hier niet over uitweiden; als men tussen de regels door leest van wat hier reeds geschreven is (of wat nog komt), kan men met niet al te veel moeite zelf achterhalen wat daar achter steekt.

Mijn archief, waar ik Evernote voor gebruik, zodat ik ‘t onder alle omstandigheden bij me draag, vult zich gestaag. 1st Zien wat gesuggereerd wordt, (her)lezen, goed- dan wel afkeuren & opslaan onder de juiste categorie.
Ik kan ze ook ‘taggen’ natuurlijk, Evernote biedt die mogelijkheid, maar ik weet dat dat niet voor mij werkt. Ik heb plaatjes toegevoegd zodat men kan zien hoe dat er voor mij uitziet. & Tevens om te laten zien hoe ‘t zich langzaam vult: tussen haakjes staan achter de categorieën ‘t aantal teksten die ik onder die noemer heb gezet. Sommige bestonden al, dankzij eerdere pogingen zelf te selecteren. Dat bleek een te grote opgave, door de grote hoeveelheid die ik dan door moest nemen.

Vandaar dat ik hier even verantwoording af wil leggen tegenover degenen (mij totaal onbekend wie ‘t zijn, want dat wordt bij de kijkcijfers niet zichtbaar gemaakt) over wat ik tot nu toe (3 dagen) heb gedaan met hun selectiewerk.

Dus stap ik straks naar een uitgeverij (post van gister was alvast spelen met dat idee) om duidelijk proberen te maken dat ‘t me een goed idee lijkt om de bij elkaar verzamelde stukken over toilet- & wc-papiergebruik, over Canta-karretjes (incl foto’s), m’n Instagramfoto’s met teksten, over m’n vader plus rest van familie, over hoe ‘t lichaam functioneert alhier & verdere onzin die ik hier achtergelaten heb, een Verzameld Werk in 10 delen te publiceren onder de titel ‘De Kronieken van Zijperspace’ (tenzij men een betere suggestie weet).

Cursus Lijfloggen: Deel 7

Bluf!

Het is heel natuurlijk dat een mens zich in verschillende omstandigheden anders voordoet. Een mens past zich aan, haalt een andere persoonlijkheid tevoorschijn als dat verlangd wordt, als dat sociaal gezien een noodzaak is. De mens is tenslotte een sociaal beest, dat onder allerlei verschillende omstandigheden moet zien te overleven. Hij past zich aan, is niet zomaar één persoonlijkheid, maar eerder opgebouwd uit meerdere. Gaat men voor een sollicitatiegesprek, dan zal men zich anders kleden dan dat men in een groot stadion de favoriete voetbalclub gaat aanmoedigen.

Op zondag waren m’n broers en ik op z’n zondags gekleed. De meest nette kleren, het laatst aangekocht, het best onderhouden. Speciaal daartoe had onze moeder ons meegenomen de stad in, waar we urenlang van winkel naar winkel liepen, de pashokjes van binnen bestuderend. Wij als kinderen hadden niet veel te wensen; het moest ordentelijk, keurig, niet te frivool, en volledig naar de wensen van m’n moeder zijn. We moesten er immers strak mee in het gelid van de kerkbanken zitten, één maal per week, op zondag.

In de tijd dat mijn ouders het financieel nog niet al te breed hadden, één van mijn broers zou het heilig vormsel toegediend krijgen, meen ik me te herinneren, heeft mijn moeder grote hoeveelheden stof in huis gehaald. Gelijk met allerhande knopen, garen en nieuwe naalden voor de naaimachine. Samen met mijn tante is ze wekenlang bezig geweest de verschillende maten te meten, uit te knippen, aan elkaar te naaien, te passen, te meten op het lichaam, waarbij de naalden per ongeluk nog niet verwijderd waren en akelig diep je huid in konden prikken, om zodoende de week voor de bewuste mis het zestallig team gereed te hebben in nieuwe zondagse pakjes. De oudsten in stemmig groen, waar een enkel geel spikkeltje in verwerkt zat, de jongsten in zilverkleurig blauw, waar elke baldadigheid op af te lezen viel. Het was daarom zaak voortaan rechtop in de kerkbanken te blijven zitten, geen geknijp in broers mouw, keurig opletten tijdens de preek, en niet te veel heen en weer bewegen, want daar sleet de stof maar onnodig van.

Een onmogelijkheid voor mij: het jeukte. Alsof er enkele tientallen minuscule naaldjes schaafden langs mijn bovenbenen stak de stof in mijn huid. Ik kon niet stilzitten, probeerde de stof los te plukken van m?n huid, maar kreeg steeds een vermanend duwtje van de ouder naast me, met een knikje richting meneer pastor, om mijn aandacht erbij te houden.

Die broek zou ik nooit meer dragen, zei ik na afloop van de mis. Jawel, beweerde m’n moeder, want er zat dure stof in en het was de bedoeling dat we allemaal er nog zeker een jaar mee zouden doen. Ze zou wel proberen de jeuk er uit te halen, maar ik zou ?m toch zeker 50 missen moeten blijven dragen.

Ondanks een zachte binnenvoering, een dag lang in de vriezer, een extra goede wasbeurt en een speciale behandeling met een scheerapparaat aan de binnenkant van de broek bleef de jeuk erin zitten en heb ik een jaar lang wippend in de kerkbank gezeten om vooral zo min mogelijk van m?n zondagse pak te voelen.

Enkele jaren geleden zei een vriendin, vlak voordat zij de massa van een muziekfestival in zou duiken, dat ze haar gevechtsmasker nog op moest zetten. Ze hanteerde daartoe in een zeer kort tijdsbestek allerhande soorten make-up. Haar bleke wangen, welke kleur was veroorzaakt door de avond eraan voorafgaand, werden opgeleukt tot een frisse blos; haar lippen werden met enkele resolute bewegingen tot die van een femme fatale uit een film noir, maar dan in overdonderende kleur gezet in plaats van zwartwit; haar wenkbrauwen en wimpers dwongen een moment later mannen tot een gepaste afstand te blijven van deze robuuste zelfstandige meid. En gearmd met haar beste vriendin, op dezelfde manier voorbereid, dook zij de woelende menigte in.

Een kind moet er zo af en toe uitzien alsof het niet speelt en zich immer keurig gedraagt, een jonge meid toont zich en plein public als zelfstandig en ongenaakbaar. Een beetje overdrijving, enkele aspecten van de verschijning een ietwat aangedikt, maar afdoende: voor even gelooft men in de manier waarop een persoon zich voordoet.

Men is niet altijd dezelfde; men is degene die zich op een bepaald moment op een bepaalde manier presenteert. Daartoe kleedt men het lichaam aan, legt op enkele aspecten wat meer de nadruk dan op andere, zodat de aandacht afgeleid wordt van iets dat nou juist niet gezien moet worden. Een mens is vele dingen ineen, allemaal tegelijk, maar toch op één moment slechts een vertekende afspiegeling van het totaal. Waarom er niet af en toe van profiteren en juist datgene op de voorgrond brengen dat op dat moment het beste uitkomt?

Huiswerk: Probeer te omschrijven hoe je je lichaam aangekleed hebt de laatste keer dat je schoonouders hebt bezocht.

Uitgever

Beste uitgever,

Ik heb wat hulp gekregen van trouwe lezers & ben zodoende tot de slotsom gekomen, dankzij hun naarstige speurwerk door mijn gedurende de loop der jaren afgeleverd materiaal, dat ik zeer wel in staat ben over toiletten te schrijven. Vooral als ik mezelf toelaat in te zoomen op ‘t micro-onderwerp toiletpapier. Waarbij ik overigens ook een enkele keer wc-papier hanteer, maar gezien ‘t pikante onderwerp, als u ‘t mij vergunt ‘t zo uit te drukken, prefereer ik de 1e uitdrukking. Dit vooral vanwege ‘t feit dat ik daarmee een signaal hoop te geven dat ‘t geschrevene niet opteert op enig platvoersigheid of enkel dient op een lach te veroorzaken die als bulder of schater omschreven zou kunnen worden. Glimlach of desnoods gniffel staat mij in deze beter aan.
Maar zelfs dat is niet mijn streven. Of, wellicht beter verwoord: niet mijn 1e streven.

‘t Is overigens boven verwachting in welk tempo enkele van m’n vaste bezoekers (vergeet ik zowaar toe te lichten dat alles wat ik schrijf linea recta Ze Internetz in wordt gesmeten, gedurende al zo’n 19 jaar; vandaar de redelijke hoeveelheid die mij ter beschikking staat om een strenge, maar ook een gespecificeerde selectie er op los te laten) de naar hun mening kwalitatief goedgekeurde posts hebben weten uit te kiezen.

& Aangezien ik niet zomaar met losse stukjes aan wilde komen zetten, hoewel ze uiteindelijk bijna allemaal afzonderlijk van elkaar te lezen zijn, heb ik gepoogd ze op enkele onderwerpen te archiveren. Onderwerpen als ‘taligheid’, ‘t eerder genoemde ‘toiletbezoek’, enkele ‘familie’-gerelateerde stapels, ‘liefdesleven’ & ‘lijvigheden’, om maar enkele titels van die tekstgroepen te noemen.
Dat geeft een leidraad & daar houden mensen van, heb ik gedurende mijn leven gemerkt.

Door die diverse leidraden heen loopt een groter gemeenschappelijk kenmerk, een überleidraad zo men wil, dat mijn leven & mijn schrijven enigszins tekent: klein. Dit geschreven zonder hoofdletter, als om ‘t gebrek aan impact nog wat meer te benadrukken.
Ik schrijf over miezerig, pietepeuterig, over ‘t hoofd gezien & wat al dies meer zij.
Maar ik schrijf er zó veel over, gebruik er dermate veel woorden voor, dat ‘t onderwerp toch nog boven zichzelf uit doet stijgen. Want men kan eerlijk zijn: wie is er nou eigenlijk werkelijk geïnteresseerd in toiletpapier, de wetenschap dat ‘t meestal slechts dient om een bepaald lichaamsdeel af te vegen, waarbij men normaliter ‘t liefst heeft dat dit onbesproken blijft of, indien toch noodzakelijk, in bedekte termen ter sprake komt.
Wellicht vandaar dat men medici met bijbehorend specialisme bij de bedeling van de gezonheidszorgsoortnaam ‘t ongemakkelijke gastro-enteroloog heeft toebedeeld. Alsof god dat zo had gewild.

Ik wilde u dus verzoeken (overigens niet alleen vanwege ‘t feit dat ‘t verzamelen van de geschriften betrekking op ‘t onderwerp vrij gemakkelijk & snel te realiseren was) om bij ‘t voorbereiden op ‘t oordeel of mijn schrijven een nadere bestudering vergt vooraleer oa mijn digitaal toiletpapier om te toveren tot papier voorzien van drukinkt, u als 1e te laten introduceren met wat ik mbt dit onderwerp gedurende de jaren zoal heb geproduceerd.
U zult bemerken dat uit mijn grote hoop vele kleinoden te halen zullen zijn die, door voor deze gelegenheid verzameld onder één onderwerp, van een kleine ontlasting uit kunnen groeien tot bekoorlijke parels, waarbij u zich wel enig maal zult bedenken deze door ‘t riool weg te laten spoelen.

In afwachting van een reactie van welbevallen verblijf ik, zoals altijd, in Zijperspace.