Cursus Lijfloggen: Deel 7

Bluf!

Het is heel natuurlijk dat een mens zich in verschillende omstandigheden anders voordoet. Een mens past zich aan, haalt een andere persoonlijkheid tevoorschijn als dat verlangd wordt, als dat sociaal gezien een noodzaak is. De mens is tenslotte een sociaal beest, dat onder allerlei verschillende omstandigheden moet zien te overleven. Hij past zich aan, is niet zomaar één persoonlijkheid, maar eerder opgebouwd uit meerdere. Gaat men voor een sollicitatiegesprek, dan zal men zich anders kleden dan dat men in een groot stadion de favoriete voetbalclub gaat aanmoedigen.

Op zondag waren m’n broers en ik op z’n zondags gekleed. De meest nette kleren, het laatst aangekocht, het best onderhouden. Speciaal daartoe had onze moeder ons meegenomen de stad in, waar we urenlang van winkel naar winkel liepen, de pashokjes van binnen bestuderend. Wij als kinderen hadden niet veel te wensen; het moest ordentelijk, keurig, niet te frivool, en volledig naar de wensen van m’n moeder zijn. We moesten er immers strak mee in het gelid van de kerkbanken zitten, één maal per week, op zondag.

In de tijd dat mijn ouders het financieel nog niet al te breed hadden, één van mijn broers zou het heilig vormsel toegediend krijgen, meen ik me te herinneren, heeft mijn moeder grote hoeveelheden stof in huis gehaald. Gelijk met allerhande knopen, garen en nieuwe naalden voor de naaimachine. Samen met mijn tante is ze wekenlang bezig geweest de verschillende maten te meten, uit te knippen, aan elkaar te naaien, te passen, te meten op het lichaam, waarbij de naalden per ongeluk nog niet verwijderd waren en akelig diep je huid in konden prikken, om zodoende de week voor de bewuste mis het zestallig team gereed te hebben in nieuwe zondagse pakjes. De oudsten in stemmig groen, waar een enkel geel spikkeltje in verwerkt zat, de jongsten in zilverkleurig blauw, waar elke baldadigheid op af te lezen viel. Het was daarom zaak voortaan rechtop in de kerkbanken te blijven zitten, geen geknijp in broers mouw, keurig opletten tijdens de preek, en niet te veel heen en weer bewegen, want daar sleet de stof maar onnodig van.

Een onmogelijkheid voor mij: het jeukte. Alsof er enkele tientallen minuscule naaldjes schaafden langs mijn bovenbenen stak de stof in mijn huid. Ik kon niet stilzitten, probeerde de stof los te plukken van m?n huid, maar kreeg steeds een vermanend duwtje van de ouder naast me, met een knikje richting meneer pastor, om mijn aandacht erbij te houden.

Die broek zou ik nooit meer dragen, zei ik na afloop van de mis. Jawel, beweerde m’n moeder, want er zat dure stof in en het was de bedoeling dat we allemaal er nog zeker een jaar mee zouden doen. Ze zou wel proberen de jeuk er uit te halen, maar ik zou ?m toch zeker 50 missen moeten blijven dragen.

Ondanks een zachte binnenvoering, een dag lang in de vriezer, een extra goede wasbeurt en een speciale behandeling met een scheerapparaat aan de binnenkant van de broek bleef de jeuk erin zitten en heb ik een jaar lang wippend in de kerkbank gezeten om vooral zo min mogelijk van m?n zondagse pak te voelen.

Enkele jaren geleden zei een vriendin, vlak voordat zij de massa van een muziekfestival in zou duiken, dat ze haar gevechtsmasker nog op moest zetten. Ze hanteerde daartoe in een zeer kort tijdsbestek allerhande soorten make-up. Haar bleke wangen, welke kleur was veroorzaakt door de avond eraan voorafgaand, werden opgeleukt tot een frisse blos; haar lippen werden met enkele resolute bewegingen tot die van een femme fatale uit een film noir, maar dan in overdonderende kleur gezet in plaats van zwartwit; haar wenkbrauwen en wimpers dwongen een moment later mannen tot een gepaste afstand te blijven van deze robuuste zelfstandige meid. En gearmd met haar beste vriendin, op dezelfde manier voorbereid, dook zij de woelende menigte in.

Een kind moet er zo af en toe uitzien alsof het niet speelt en zich immer keurig gedraagt, een jonge meid toont zich en plein public als zelfstandig en ongenaakbaar. Een beetje overdrijving, enkele aspecten van de verschijning een ietwat aangedikt, maar afdoende: voor even gelooft men in de manier waarop een persoon zich voordoet.

Men is niet altijd dezelfde; men is degene die zich op een bepaald moment op een bepaalde manier presenteert. Daartoe kleedt men het lichaam aan, legt op enkele aspecten wat meer de nadruk dan op andere, zodat de aandacht afgeleid wordt van iets dat nou juist niet gezien moet worden. Een mens is vele dingen ineen, allemaal tegelijk, maar toch op één moment slechts een vertekende afspiegeling van het totaal. Waarom er niet af en toe van profiteren en juist datgene op de voorgrond brengen dat op dat moment het beste uitkomt?

Huiswerk: Probeer te omschrijven hoe je je lichaam aangekleed hebt de laatste keer dat je schoonouders hebt bezocht.

(Deel 0 staat hier, als introductie op wat ik 50 afleveringen lang heb volgehouden te schrijven voor ‘t weblogmagazine about:blank, maar verloren werd gewaand. Deel 1, Deel 3  [daar kan je ook lezen wat er aan de hand is met Deel 2], Deel 4, Deel 5 & Deel 6 zijn reeds herverschenen alhier. De komende tijd zal ik de rest van ‘t materiaal dat ik ondertussen geheel heb teruggevonden alsnog hier gaan publiceren.)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *