giftig

Ik word tegenwoordig aangesproken op de stukjes die ik geschreven heb.
‘Hé, ik heb nog steeds niet op internet naar je site gekeken. Maar ik hoorde dat je vinger in je mond gestoken hebt om diarree te krijgen.’

‘tZelfde schaamrood stijgt me naar de kaken als in de begintijd van m’n blog. Toendertijd had ik ’t enkele mensen verteld. Vervolgens durfde ik er niet meer met hun over te beginnen. Als ik bij ze in de buurt was, gedroeg ik me alsof ik verschrikkelijk druk met iets bezig was, iets wat al m’n concentratie vergde, zodat ’t onderwerp vooral niet aangesneden kon worden.

‘O nee, ik probeerde ’t bloed dat uit de snee in m’n duim komt te stelpen. Die diarree kwam doordat ik in een stal bier stond te verkopen. Normaliter zou die stal waarschijnlijk volledig gevuld zijn met koeien. Dat was ik op dat moment ff vergeten.’

Ik probeer mezelf te verontschuldigen voor ‘tgeen ik geschreven heb. Probeer ’t een xtra duidelijke verklaring te geven. Probeer mezelf te xcuseren voor ’t feit dat ik schrijf. Ik weet dat men ’t maar vreemd vindt dat ik ’t onmiddellijk openbaar maak. In andermans ogen plaats ik plompverloren allerlei intieme zaken op ’t internet.

Ik wil ’t niet meer vertellen aan iedereen. Men zal er ooit vanzelf wel achterkomen. Als ’t geslaagd is, indien m’n verhaal goed verteld, zal ’t uiteindelijk wel bekend worden. Maar niet nu. Niet nu ik nog niet zeker ben.
Want dat ben ik nog altijd niet. Daarom wil ik eigenlijk niet dat m’n klanten ’t weten. Een enkeling gaat nog wel, maar zeker niet de mensen met ’t hart op de tong.

Dat vertel ik. Ik vertel dat ik ’t verschrikkelijk vond in ’t begin. Ik vertel dat ik de confrontatie bijna niet aandurf met mensen die ’t wel gelezen hebben.
& Ik heb ’t nogeneens over de mensen die ik ’t wel verteld heb & die me al eerder van commentaar hebben voorzien, of complimentjes. Mensen die ik in levende lijve vaker tegenkom. Waarbij ik bijna niet naar ze durf te luisteren. & Uiteindelijk gerust gesteld achterover zak. Maar bij wie elk zwijgen mbt m’n blog door mij met achterdocht wordt benaderd. Elk verzwegen commentaar wordt omgezet in een bevestiging van m’n falen.
Daar heb ik ’t nogeneens over.

‘Waarom schrijf je dat allemaal op?’
‘Waarom worden er romans geschreven? Waarom streven mensen naar ’t schrijven van literatuur? Waarom doen sommige mensen onderzoek?’
‘Ja, maar ik word betaald voor ’t doen van onderzoek.’

Ik durf me niet te verdedigen. Ik durf me slechts van een zwakke kant te laten zien. & Dan maar hopen dat men niet schiet.

‘Ik word er níet voor betaald. Ik probeer iets goeds te schrijven. & Ik pretendeer niet dat ik ’t doe: dat ’t goed is, of ooit goed zal worden. Maar ik probeer goed te schrijven. Voor niks. & Als iemand me confronteert met de twijfel waarom ik ’t doe, weet ik niet of ik er wel mee door moet gaan. Want dan schaam ik me dood.’
‘Je weet dat ik een giftige tong heb.’

& Er wordt driftig doorgeschreven in Zijperspace.

grijsaard (1)

Ik pas me gemakkelijk aan de gewoontes van een land aan. Vooral als er drank met zo’n gewoonte is gemoeid. ’t Betekent in de praktijk dat ik mezelf toesta bij openingstijd van een pub aan te komen waaien voor ’t lessen van de dorst. Ik beschouw dat zelfs als een zeer belangrijke gebeurtenis indien ik reeds met volle bepakking 10 km over enkele heuvels heb afgelegd. ’t Moment dat de noodzakelijkheid van ’t vroegtijdig ledigen van een pint volledig tot me doordringt.

Ik was nogeneens de 1e die de ‘garden’ van de pub betrad om in de koelte van schaduw & lichte bries 550 ml real ale te nuttigen. Daar zat reeds een man op leeftijd tussen de glazen die verspreid over de tafels stonden, als herinnering aan de drukte van de avond ervoor. Z’n hond kwam me enthousiast vermoeid begroeten. & Liet zich meteen weer neervallen. Geveld door de hitte tijdens de wandeling, vertelde meneer.
Hij hield van wandelen, vertelde hij verder. Hij kende de hele buurt op z’n duimpje; elk wandelpad had-ie wel betreden.
Hij woonde dan ook in een prachtige omgeving om te wandelen, vond ik. Was-ie met me eens. Had ik de Seven sisters ook bewandeld?
Ja, maar volgens mij zijn ’t er meer dan 7. Hij was er gister langs gevaren. Over 10 km hadden ze 5 uur gedaan.
Ha, dat klopt wel, zei ik, want er voer een boot met 2 zeilen (‘that’s all I know about sailing boats, that they can have more than just one sail,’ voegde ik er aan toe) gelijk op met mijn vorderingen te voet.

In de zomer wandelde hij in de buurt van Seaport, de plaats waar-ie woonde; als ’t kouder werd ging-ie verder weg. ’t Liefst zo ver mogelijk, om andere culturen te leren kennen. Hij was afgelopen herfst in Peru geweest, vorig jaar China. Overal ter wereld vond-ie ’t prachtig om te wandelen.
Mijn vader ging ook wandelen toen-ie gepensioneerd was, vertelde ik ‘m. Hij heeft de pelgrimage naar Santiago de Compostella afgelegd. Nu gaat ’t echter niet meer.
Hij kan niet meer wandelen?
’t Wordt belemmerd door de ziekte van Parkinson.
God, hijzelf bofte maar, zei hij, hij wandelde nu alweer 10 jaar. Vanaf z’n pensionering. Elke dag zo’n beetje. Ik zou ook moeten proberen ver weg te komen. Je staat verbaasd wat je allemaal tegenkomt.
Ik ben bang dat mij dat niet lukt, zei ik.
Hoezo?
Ach, ik krijg na 2 weken al last van heimwee.
Oh, dan blijf je toch dicht bij huis. Dicht bij huis zijn er vaak ook genoeg dingen te zien. Als je maar ’t eenvoudige waardeert.

We leegden onze pints & liepen ieder zijns weegs.

Zijperspace is niet ver van hier, besefte ik.

yellowhammer

Bovenop de Southdowns stond er een schaap buiten ’t hek te grazen. Hij behoorde onmiskenbaar bij de omheinde kudde ernaast, want hij had ‘tzelfde rode kruis op z’n vacht als herkenningsteken. Ik zou ‘m daar hebben laten staan, als niet tegelijkertijd van de andere kant een camera-team aan kwam lopen.
De cameraman wees z’n collega’s een heg aan de andere kant van de kudde aan. Die kant moesten ze schijnbaar op, begreep ik zonder op gehoorsafstand te zijn. De aandacht van de geluidsman, zoals de cameraman z’n camera met zich meedroeg, hield hij de lange stengel met microfoon in z’n hand, werd echter afgeleid door de schaap. Die hoorde daar niet, was gelijktijdig met mij z’n conclusie.

Met z’n 5-en stonden we ff later met de armen gespreid de schaap op te jagen. Of eigenlijk met z’n 4-en, want 1 moest ’t hek openhouden, de rest van de kudde op afstand houden & zich zo min mogelijk angstaanjagend tegenover de bewuste schaap gedragen.
’t Schept een band, wijdbenig & wijdarmig met z’n allen over de weilanden van de Downs bij de engelse kust een schaap opdrijven, zodat-ie zich weer bij z’n kudde voegt. ’t Is in een poep & een zucht gebeurd, maar die enkele 10-tallen seconden van nadenken, impulsief reageren & op elkaar inspelen, doen je beseffen dat je ff een gesprekje met elkaar wilt hebben.

Wat of ze van plan waren te gaan filmen, informeerde ik. In dat hegje, bosschage was misschien een betere omschrijving, zou zich een ‘yellowhammer’ bevinden, vertelde de cameraman. Je kon ‘m regelmatig horen. Hij tilde daarbij z’n vinger op, in afwachting van ’t geluid.
‘Oh, dat “triiiiiiiiitikketikketikketikketikketikketik”, bedoel je?’ vroeg ik.
Ik had ’t net daarvoor voorbij horen komen. Door z’n aandacht voor ’t bosschage was ’t geluid me opgevallen.
‘Precies,’ zei hij, ‘je hebt er verstand van?’
Ik stond eerder verbaasd over m’n vermogen ’t geluid van de vogel te kunnen imiteren. Ik zag m’n jongste broer voor me die met gemak vogelgeluiden kon nafluiten (‘Moet je horen. Daar tussen de bomen.’ Marc wees naar iets tussen de takken, iets wat niet te zien was. ‘Fllluuwiiiiiiiiiiiiettt rrrrriiieewiiiiieet’ floot-ie na. & Ik maar staren naar ’t geluid, dat ik niet thuis kon brengen).

Waar ik vandaan kwam?
Uit Amsterdam. Ik zeg nooit ‘Holland’ of ‘the Netherlands’. Ik heb liever dat ze meteen kunnen plaatsen wáár in Nederland. Levert meer gesprek op &, hoewel ook vooroordelen, ook meer animositeit.
Daar was de cameraman geweest toen-ie jong was. Dat was inmiddels lang geleden.
‘Dat is te zien,’ grapte ik om z’n grijze haren.
‘Je dacht zeker dat we zouden geloven dat ’t vorig jaar was?’ De geluidsman pakte z’n collega nog ff harder aan.
Maar de cameraman moest binnenkort toch weer ‘ns naar Nederland. Er was een mooi natuurgebied in Flevoland, wist-ie.
‘Jullie hebben ’t zelf gecreëerd, maar de per ongelukke natuur zo gelaten.’
‘De Oostvaardersplassen?’
Daar moest-ie toch ‘ns heen gaan om opnames te maken, als-ie in Nederland was.

Ze moesten nu toch ‘ns aan de gang met de yellowhammer. ’t Was niet gemakkelijk zo’n vogel te vinden. Zeker niet om ‘m in ’t vizier te krijgen.
‘Hoor!’ zei de cameraman weer, z’n vinger bewoog mee op ’t ritme van ’t getik. Hij zag de vogel niet; hij hoorde ‘m zien, zoals m’n broer deed toen. Z’n camera gebruikte hij blijkbaar om andere mensen te laten zien wat hij ervaarde.
Ze pakten alle 4 hun spullen op om richting bosschage te lopen. ’t Zou zeker een uur gaan duren voordat ze de juiste opstelling hadden gevonden, vertelden ze me nog. & Dan was ’t nog maar de vraag of de vogel wilde doen wat zij wilden.
Ik pakte mijn rugzak ook weer op. 1st Nam ik nog wat slokken water; ’t zou een lange afdaling worden in de hitte.

50 Meter verder hield ik stil. Een vogeltje vloog me voorbij & ging schuin voor me zitten in de afscheiding voor ’t vee. Geen geluid. ’t Keek me aan, met een hijgende snavel. Ik had geen verrekijker nodig, geen bril zelfs. ’t Vogeltje gaf een gratis presentatie van zichzelf op een afstand van nog geen 2 meter. Zonder geluid.
Ik had nog nooit een yellowhammer gezien, ik had tot vandaag er zelfs nog nooit van gehoord, maar ik wist ’t zeker.

’t Was een hete dag in Zijperspace, leek de vogel ’t met me eens.

diarree

’t Zouden de olijven kunnen zijn, suggereerde ik laat in de ochtend. Nee, want Hugh had er ook van gegeten & die had nergens last van. Gijs had er ook nog van geproefd, dan zou hij ’t ook moeten merken.
Misschien te veel olie. Olijven met olie & een groot stuk salami, doordrenkt van ’t vet; dat waren m’n darmen wellicht niet gewend.
Nee, ’t water kon ’t niet zijn. ’t Water op Merton Farm gebruikte ik slechts om me mee te wassen. Geen enkele slok ging door m’n keel. Daar had ik amsterdams leidingwater voor meegenomen.

Ik was net een etmaal in Engeland & ik bracht ’t grootste gedeelte van de tijd door op ’t toilet. Terwijl iedereen sliep, toen iedereen was opgestaan, toen men aan ’t ontbijt begon (ik wilde er liever niet aan denken), toen de voorbereidingen op de 2e dag van ’t festival plaatsvonden, op ’t moment dat ’t festival heropende: ik was onderweg naar, gezeten op, terugkerend van ’t toilet. & Anders dacht ik er wel aan.

Ik hou niet van de engelse wc-potten. Alles komt rechtstreeks in ’t water terecht. Bespaart heel wat geuroverlast, maar veroorzaakt daarnaast behoorlijk wat gespetter. Waar ik eigenlijk zelf al mee bezig was. Ik liep aan 2 kanten leeg, al ’t vocht werd door m’n lichaam afgestoten. De pot zou waarschijnlijk niet veel meer vocht kunnen herbergen; dan zou ’t overlopen. & Net zo hard als dat ’t bij mij er uit liep, had ’t de neiging om tegen m’n billen terug te spetteren. Ik heb ’t niet zo op die wc-potten.
Bovendien moest je 1st helemaal naar binnen, je naast de pot wurmen, voordat je de wc-deur kon sluiten. Ik stelde me er elke keer die dikke dame, deel van de festival-organisatie, bij voor. Hoe zou zij zich naar binnen wringen? Zou de ingang zelf wel toereikend genoeg zijn voor haar gestalte? Misschien had ze haar eigen chemisch toiletje meegenomen. Uitklapbaar tot grote proporties.

’t Draaide vooral om wc-papier. Ik was gedwongen Gijs z’n wc-papier op te maken. Die van mezelf was al snel niet meer dan een noodrantsoen. Ik moest op zoek naar nieuwe rollen. Voor Gijs & voor mij. De festival-organisatie moest aangesproken worden.

Soms kwam er iemand naast me zitten. Hoorde ik 1st geschuifel op de gang (vooral ’s ochtends vroeg heeft de mens geen zin om z’n voeten op te tillen), de piepende deur ging open, men betrad de nevenstaande toilet (ik zat altijd op dezelfde wc; zogauw ik op een bepaalde wc ga zitten, wil ik daar op terugkeren; hij is me vertrouwd, ik heb m’n bilafdruk er achtergelaten), & onder de afscheiding door zag ik sandaaltjes plaatsnemen.
‘Zou dat die dikke dame zijn?’ dacht ik dan & ik luisterde of ik kon horen dat ze dik was.
Pas dan viel de piepende deur dicht. Erg vervelend was dat, verontrustend; steeds dacht ik door dat geluid dat er weer iemand richting wc’s kwam. Ook als ik zelf een minuut daarvoor de piepende deur was doorgegaan. Hoorde ik de klap van m’n eigen schaduw, waarvan ik was vergeten dat-ie zo langzaam was.
Vervolgens bleef ik zitten totdat m’n buurvrouw, een enkele keer buurman, weer was vertrokken. Liefst poepte ik ook niet in haar/zijn aanwezigheid. Dat soort geluidjes zijn mij te intiem. Ik kneep m’n billen samen om knetteren te voorkomen. Zeker in de toestand waar m’n darmen zich op dat moment in verkeerden.
Ik bleef dus zitten, in afwachting van een eenzaam moment om ’t wc-papier te gaan hanteren. Een geluid van mezelf, van mij alleen, daar heeft niemand voor de rest iets aan. Ik vind ’t prima als mensen horen dat ik m’n broek weer omhoog trek, ’t geluid van een tingelende broekriem, ’t kletteren van verschonend water in de wasbak, maar ’t ritselen van wc-papier hou ik voor mezelf. Dat is van mij.

Ik had mezelf in de vinger gesneden. Terwijl Hugh op zoek was naar een pleister, stelpte ik ’t bloeden door m’n duim in de mond te steken. De viezigheid van de schuur van Merton Farm, waar ’t festival gehouden werd, zat grotendeels aan m’n vingers. Op die grond, op die viezigheid liepen normaliter koeien rond. Of varkens. Een 10e van die vingers stopte ik in m’n mond. Om ’t bloed weg te zuigen. Dat vuil moet er weer uit, maar daar dacht ik op dat moment niet aan.

Na 24 uur was de diarree over. Voldaan zag ik m’n avondmaaltijd in normale toestand de volgende ochtend m’n lichaam verlaten. Na aanschouwing hiervan hief ik m’n hoofd weer op. & Sloeg daarbij de wc-rol om. Die rolde onder de afscheidingen door naar enkele wc’s verderop. ’t Zou een list vergen de rol weer terug te krijgen zonder dat iemand me zou zien.

Blote billen zijn ook privé in Zijperspace.

straks

’t Heet een pedo-meter. ’t Telt de passen die ik afleg. & Doordat ik zelf m’n gemiddelde pasafstand heb gemeten & dat gegeven vervolgens in ’t apparaatje heb ingevoerd, vertelt ’t me ook hoeveel meters, kms, ik heb afgelegd. Hoe groot de daadwerkelijke afstand was, die ik op een dag afgelegd heb. Desnoods van meerdere dagen achter elkaar. Desnoods van m’n hele vakantie.
Als ik iemand vertel dat ’t ding op m’n heup, vastgeketend aan m’n broekriem, een pedo-meter heet, wordt er minzaam tot bulderend gelachen.
”t Meet zeker de kinders die je onderweg misbruikt hebt?’

Ik gebruik ‘m niet meer zoveel ter inzage van de afgelegde meters. Ik kijk meer hoe laat ’t is. Hoelang ik nog kan doorlopen. Ik weet ondertussen wel hoeveel km ik per uur, per dag ong afleg. ’t Klokje is belangrijker geworden dan de funktie waar ’t eigenlijk voor dient. Bij de volgende vakantie heb ik die ook niet meer nodig; kijk ik alleen nog maar naar de zon. Of voel ik hoe warm ’t is.
Meestal raadpleeg ik ‘m aan ’t eind van de dag. Als de vermoeidheid gaat toeslaan & ik wil weten wat nog haalbaar is. Misschien moet ik nog boodschappen doen in ’t volgende dorp; misschien moet ik maar in dit dorp blijven; misschien wordt ’t tijd m’n tent op te zetten.

De afstanden zijn niet meer zo belangrijk. Ik merk ’t eindelijk bij mezelf. Ik kan 2 dagen stilzitten, zonder de dwangmatige roeping ’t pad zo snel mogelijk te beëeindigen. Af & toe ben ik de heuvels aan ’t tellen, vooral als ’t kliffen zijn die ‘The seven sisters’ worden genoemd. & Ik bij nr 8 weer een hoogte voor me zie oprijzen. Soms tel ik de plekken waar ik had kunnen genieten van schaduw, & besluit ik toch door te douwen. Bovenop de top is ’t nou 1maal mooier uitrusten. Daar staat ook vast meer afkoelende wind. Een enkele keer sla ik aan ’t calculeren met de mogelijke nachtelijke verblijfplaatsen. Wat is nog haalbaar; wat is nog efficiënt? & Ik besluit nog 1 klein stukje door te lopen.

Vandaag heb ik de pedo-meter veelvuldig gebruikt. Ik moest weten hoe ’t ervoor stond. Ik moest weten of ik nog op tijd zou zijn; hoelang ’t nog zou duren. Zittend in m’n stoel, in de underground, dan wel de eurostar, dan wel de trein brussel-amsterdam.
De afgelopen weken bestonden opeens niet meer voor me. Alle stappen die zich hadden opgeslagen in een tel, een xtra eenheid op de meter, deden er niet meer toe. Ik dacht slechts aan de tijd & wat daarmee haalbaar was. & Ik dacht aan de tijd die m’n pedo-meter straks zou aangeven. Aan ’t moment dat ik terug thuis zou keren. Op ’t moment dat alles over zou zijn. Zonder dat ik op dat moment dacht aan wát er over zou zijn. Straks, daar ging ’t me om, & of ik wel op tijd zou zijn voor straks.

De teller staat weer op 0 in Zijperspace.

hier

Mensen fietsen hier nog over straat, zonder helm, zonder stoplicht. Zonder ontzag, zonder angst.

& Dezelfde buikdans van balkonleunen vindt nog altijd plaats. Gratis mag ik meekijken. De dikke buik wordt over de leuning gelegd & men ziet wel wat er gebeurt.

Patat bestaat.
& Mayo, dan wel speciaal.
Ze kennen daar de berehap niet. Laat staan dat je dat tegenwoordig met een xtra ‘n’ schrijft.

Nee, spellen is daar geen big issue. Er heerst een eeuwig verwondering over de uitspraak, ’t vermogen tot ’t spreken van de taal als je vreemd bent. Maar spellen is geen issue.

Bier is hier eerder een ¼ dan een ½, of misschien iets meer. Schuim mag weer. Verontschuldigingen hoeven niet.

Groen is vanzelfsprekend. Hier snap ik ’t groen weer. Ik hoef niet meer te wachten op de verrassing. Een zeldzame verrassing opduikend uit de struiken. Flier of kleur.

& Plots ontstaat er hier ook weer een verlangen naar de verre billen die voor me uit fietsen. Geen angst voor ’t bleek kantoorverschijnsel dat secretary heet. Ik voel me weer vertrouwd met verweg gelegen geneugten, die zich laten opdoemen als een ontwakend horizon.

Niks is te breed, noch te smal. Ook al zal men ’t overthere ontkennen. De wereld heeft z’n eigen proporties weer herkend.

Hoewel men nog wel de maten van Zijperspace aan ’t meten is.

Under Construction

Goedemorgen beste lezers, this is Puck speaking.
Ik ben op dit moment bezig Tons Pivot te updaten; dus mocht u nou ineens niets meer zien (jaaa.. dan heeft een postje als dit ècht zin..), of niet meer kunnen reageren of iets dergelijks, dan weet u waar het aan ligt. Er wordt aan gewerkt.

weersvoorspelling

‘Wat wordt ’t voor weer, morgen?’ vraag ik aan de ‘warden’ van ’t Youth Hostel, in de hoop dat ’t wat koeler zal worden.
Ik ben nog niet eerder in een Youth Hostel geweest, waardoor ik ’t gevoel heb dat ik al 100-en vragen op de warden heb afgevuurd. Hoeveel ’t kost; waar ik nog meer terecht kan; hoe laat ik binnen moet zijn; of ik na 10 uur ’s ochtends helemaaal niet naar binnen kan.
‘Ach,’ de warden weet ’t eigenlijk niet, zo blijkt uit z’n reaktie.
‘Ik hoorde onderweg dat ’t misschien wel zou gaan onweren,’ probeer ik in z’n mond te leggen.
‘Ach,’ is opnieuw z’n reaktie, ‘dat gebeurt alleen als de wolken ’t Kanaal over willen steken.’

De warden is een vrijwilliger. Ik zag ’t op een bord staan, ergens in ’t YHA.
‘Our YHA-personnel are volunteers. Please be helpfull & wash you dishes. Leave stuff like you want to find it yourselves.’ Of iets dergelijks.
Hij is gepensioneerd. Allang, want hij is zeker in de 70. Z’n lichaam is evengoed kwiek genoeg om warden te zijn.

De volgende ochtend heb ik besloten nog een dag te blijven. Ik informeer opnieuw naar ’t weer.
‘Ik denk dat ’t ong ‘tzelfde wordt als gister,’ is zijn indicatie.
Waarna ik aan de voorkant van ’t Youth Hostel ga zitten. De temperatuur lijkt aangenaam genoeg om daar m’n ontbijt te nuttigen. & De warden heeft er tenslotte vertrouwen in.
Als de warden z’n voorspelling komt peilen, vlucht ik naar binnen. Een kleine bui lijkt de tocht over ’t Kanaal te hebben overleefd.

Ik voel me niet op m’n gemak bij de man. Hij lijkt niet op m’n opmerkingen te reageren. & ’t Kost ‘m moeite te antwoorden op m’n vragen.
Als ik ’s avonds weer op ’t YHA arriveer, lijkt-ie ook een stok te hebben gevonden waarmee hij mij kan slaan.
‘Ik heb de douche niet schoongemaakt. ’t Is de bedoeling dat je de spullen achterlaat zoals je ’t zelf zou willen aantreffen.’
Ik begrijp z’n hint. Naast hem, was ik de enige man de afgelopen dag in ’t YHA. Ik bied m’n xcuses aan & neem zo snel mogelijk een douche om de boel op te ruimen.

’s Avonds maakt de warden een praatje met een duits stel dat net gearriveerd is. Daar kan-ie blijkbaar wel mee communiceren, bedenk ik me als ik me in de ‘study’ terugtrek om een boek te lezen. De wanden van de study zijn dik genoeg om me afgezonderd te voelen, & tegelijkertijd dermate dun dat ik delen van ’t gesprek kan opvangen.

De warden heeft gevochten in de oorlog. Lang geleden. Hij heeft toen z’n broer verloren. Ook soldaat. 4 Dagen voor ’t eind gesneuveld.
Vertelt-ie tegen duitsers, kinderen van de daders misschien.
De warden heeft nog meer dingen gedaan. Is bijv ook 5 maanden in Australië geweest, maar kon daar niet aarden. & Nog veel meer.
Ik hou me echter zoveel mogelijk bij m’n boek.
Of-ie ook weet wat ’t weer gaat worden, vraagt de duitse vrouw. Hoor ik door de niet zo winddichte wanden heen.
‘Ongeveer ‘tzelfde als vandaag,’ vertelt-ie. ‘De buien zijn vooral in ’t Noorden te verwachten. & Waarschijnlijk ook in Duitsland & Frankrijk. Hier zal ’t wel droog blijven.’

Een ½ uur later begint ’t te plensen. Ik realiseer ’t me te laat om m’n was droog binnen te krijgen.
Ik besluit nog een dag te blijven.

Morgen is alles ‘tzelfde als vandaag in Zijperspace.