Als een kind dat z’n vinger in z’n neus steekt.
Zo sta ik (zit eigenlijk) dan. Waarbij ik alweer ga twijfelen of ‘ik’ buiten of binnen de haakjes moet staan. Maar waar dan?
Zoals iedereen z’n twijfels heeft natuurlijk. Waar ik echter schrijf. Geen vertraging wil. Door wil gaan. Want nu zit alles immers in m’n hoofd. Net rond middernacht. Vinger richting neus, want zo schreef Guus Kuijer immers ooit dat dat een teken van wijsheid was (de Egyptenaren, zo zei hij): ’t naar binnen treden van een kind. De eigen gedachte.
Vooral paniek. Dat ’t voorlopig niet goed gaat komen. Waar al m’n, wellicht tijdelijke, problemen me tegen ’t hoofd stoten.
Bonk, een paal, tijdens dagdromerige wandeling tussendoor onbekommerde natuur.
Ik zal u de lantaarnpaal waar mijn broer me ooit ogendicht toe leidde ditmaal onthouden.
Ik durf wel te beweren dat m’n darmen me dan ook niet helpen. Ze schreeuwen er op los. Blubber & borrel. Dat hoort bij de normale verschijnselen, maar ditmaal is ’t alsof de paniek heeft toegeslagen & zij de woordvoerders zijn. Om beurten, meestal een spreekbeurt van rechts naar links. Klein commentaar ergens onderin als tussendoortje, misschien als tijdelijk eindakkoord.
Morgenochtend krijg ik ’t volledige verslag. Dan kan ik beter een ongelezen boek klaar hebben liggen om de verloren minuten/kwartieren/halfuren nuttig door te komen.
Maar ’t niet meer weten weer. Dat dat terug gekomen is. Als een klein kind dat door een toevallige buurtbewoner achterop de fiets genomen is omdat ze zich niet bekommerde om een mogelijke doorlekkende broek. Of een vroeg generend kind dat schaamte krijsend was.
Ze belde aan. & Daar was ik. 5 Min later schoon. Ruw maar zorgzaam afgeborsteld door moeders.
Dat zijn weliswaar eeuwige overblijfsels, kan ik waarschijnlijk altijd, niet aflatend, doen opborrelen, je moet er echter een reden voor hebben om ’t te laten bloepen. Tevoorschijn. Opeens uit ’t vergetensdal terug.
Maar daarnet was internet weer eens een keertje stuk. Was m’n hele jeugd daardoor kwijt dat ik op dat moment in mijn hoofd had. & Heb ik een nieuwe versie moeten verzinnen.
De woede vanwege dat gemis was echter dermate, dat ik de kracht had de toetsen te dwingen dan maar de waarheid op te biechten.
Zelden dat men over poep praat in Zijperspace tenslotte.