Cursus Lijfloggen, Deel 16

‘Dames en heren, jongens en meisjes, de bibliotheek gaat sluiten. Wil iedereen de boeken en andere materialen laten registreren.’

Dat mocht ik tien jaar lang op zaterdagmiddag door de intercom aankondigen. Het eind van onze werkdag naderde, de klanten dienden het pand te verlaten, zodat wij de boel aan kant konden maken en de boeken uiteindelijk weer op hun plek kwamen te staan waar zij maandag het makkelijkst terug te vinden zouden zijn.

Ik legde mijn stem in de microfoon. Ik had een radiopresentator op tv horen vertellen dat hij dat altijd op die manier deed. Hij was de man die introducties op bepaalde programma’s voorlas, of vooraankondigingen insprak: teasers. Met zware dictie. Je voelde hem door het hele huis weerklinken als zijn stem sprak.
Je moest de trilling in het apparaat voelen, zei de presentator. Als je dat niet kon, dan was je er niet geschikt voor.
Ik voelde de trilling die mijn stem veroorzaakte. Mijn vrouwelijke collega’s ook.
‘Oh, Ton,’ klonk Hannie tussen de studieboeken vandaan, op het moment dat alle ‘lezers’ de bieb hadden verlaten, ‘ik werd helemaal warm van binnen toen ik jouw donkerbruine stem hoorde. Ik moest me gewoon even vasthouden aan een boekenkast.’
Ik had die dag extra mijn best gedaan de mededeling zo laag mogelijk door de schappen vol leesvoer te laten vibreren. De uitzending van het interview met de radiopresentator had ik net de week ervoor gezien.
Ik had er weer een held bij. Of een vorige werd vervangen. Ik hoefde niet meer zo ‘cool’ te kijken als Kwai Chang Cain van ‘Kung Fu’, want ik wist dat mijn stem verdergaande gevolgen zou hebben. De koele Kwai Chang Cain-blik had gediend om mannelijke leeftijdgenoten angst in te boezemen, of in ieder geval respect af te dwingen op ‘t schoolplein; de donkerbruine uitvoering van mijn stem kon tot effect hebben dat een ander deel van de bevolking hun gedrag aanpaste ten gunste van mij. Ik was op die leeftijd gekomen dat dit mij beter uitkwam.

Zodoende kwam ik er achter dat ik met mijn stem mensen kon manipuleren. Zonder argumenten, zonder uiteenzettingen, slechts met een enkel zinnetje, getoonzet op een voor anderen gevoelige hoogte. Of laagte, moet ik zeggen. De baard in mijn keel had in mijn puberteit de mogelijkheid geschapen mijn stem met een zwaar timbre aan te dikken, die ik kon gebruiken om mensen die voor die toonsoort gevoelig waren naar mijn hand te zetten.

‘Goedendag. Met Zijp,’ zei mijn vader altijd door de telefoon.
Waarbij hij bij zijn achternaam naar de laagste registers van zijn stem gleed.

Ik wist hem perfect te imiteren vanaf het moment dat mijn reeds genoemde baard verdwenen was. Waarop mensen aan de andere kant van de lijn de zielenroerselen die eigenlijk voor mijn vader bestemd waren tegen mij begonnen uiteen te zetten. Zo gauw ik merkte dat het geen zin had met die informatie opgescheept te raken probeerde ik het relaas te interrumperen, om duidelijk te maken dat ze mij voor een ander lid van de familie hielden. Ik liet daarbij mijn stem wat hoger klinken. Anders konden ze somtijds blíjven doorgaan, ongeïnteresseerd in wat mijn vader over hun zaak te zeggen had.
Ik kon er wel eens wat aan hebben, had ik ondervonden, aan zo’n ontboezeming bestemd voor mijn vader, om alvast op de hoogte te raken van wat één van mijn docenten tegenover mijn ouders over mijn gedrag te zeggen had, voordat dit in familiegesprekken ter sprake zou komen. Mijn ervaring was dat leraren over mij altijd iets anders te melden hadden richting het opvoedende gezag dan dat zij mij tijdens de lessen probeerden duidelijk te maken. Vreemd genoeg zag mijn vader dat nou juist tegengesteld: ik zou de docenten iets anders toegevoegd hebben dan dat ik thuis daarover rapporteerde. Het was daarom zaak te profiteren van onze gelijkende telefoonstem.

Een mens heeft vele manieren om van z’n stem te kunnen profiteren, maar voornaamste functie blijft dat hetgeen van binnen beleefd wordt grotendeels door middel van dat gereedschap expliciet wordt gemaakt. Een mens is talig, ventileert een groot deel van zijn gevoelens en meningen dankzij de voortbrengselen van zijn spraakorgaan en weet mogelijk daardoor een ander persoon zich naar zijn beweringen te doen overgaan. Het hoeft niet altijd manipulatief zoals hierboven omschreven, maar het feit blijft staan dat degene die zijn mond houdt weinig invloed op de gang van zaken zal hebben.

Huiswerk: Stem! Laat uw mening horen. Of voeg u anders in uw zelfverkozen lot van stilzwijgende toeschouwer.

(Deel 0 staat hier, als introductie op wat ik 50 afleveringen lang heb volgehouden te schrijven voor ‘t weblogmagazine about:blank, maar verloren werd gewaand. Dl 1, Dl 3  [daar kan je ook lezen wat er aan de hand is met Dl 2], Dl 4, Dl 5, Dl 6, Dl 7, Dl 8, Dl 9, Dl 10, Dl 11, Dl 12, Dl 13, Dl 14 & Dl 15 zijn reeds herverschenen alhier. De komende tijd zal ik de rest van ‘t materiaal dat ik ondertussen geheel heb teruggevonden alsnog hier gaan publiceren.)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *