Dan ben ik een junkie, middernachts. Te grote behoefte aan schrijven, te verwoorden, mezelf te laten leven.
Nooit meer sterven waarschijnlijk ook.
Soms hopeloos in de war dat ik geen woorden kan vinden. Of in ieder geval niet ’t 1e woord. Er moet tenslotte ergens mee begonnen worden: ’t mogelijke verhaal, te beginnen bij dát 1e woord.
Hoewel mijn verhalen niet daadwerkelijk van dat soort vertellingen zijn. In de betekenis van, opnieuw, ’t woord. Meer mijmeren, proberen te articuleren, te duiden, maar er niet altijd uit zien te komen.
Dat laatste minstens zo belangrijk.
Zo probeerde ik in m’n jeugd plattegronden te tekenen van de buurt waarin ik woonde. Wellicht al eerder over geschreven, maar belangrijk: ik kwam er dus niet uit. Ik kon er een plattegrond naast leggen, van alle straten waar ik me overdag over begaf, richting school, de krantenwijk, een fietstocht naar een vriend in een belendende wijk: ik had ’t zo goed in m’n hoofd, maar de poging tot kaart klopte uiteindelijk nooit.
Terwijl ’t zo helder in m’n hoofd zat. Ik kon mijn weg onderweg naar welke bestemming ook nooit verliezen.
Ik wist een ietwat later vriendinnen te ontdekken. Dat soort stiekem ontwikkelende liefdes te vinden, precies op ’t moment dat ze ’t volgende moment met ouders op vakantie waren vertrokken. De route richting haar huis tegelijkertijd te verliezen als ’t vakantieleed m’n verlangen had doen verslijten. Zij ondertussen wél thuis.
Of juist wegen te kiezen die me mogelijk richting onverslijtbaarheid lieten leiden. Je moet overleven, toch, op die leeftijd.
Ach, welke leeftijd niet.
Maar dat alles op m’n fiets.
Ik wist toen fietswijs niet dat de wereld veel groter was. Dat er een onnoemelijke hoeveelheid meisjes nog te ontdekken was met mijn vervoermiddel. Dorpen- & stedenvol. Hoewel ietwat kinderformaat, net als ik, maar de mogelijkheid was er. Wellicht dat ik nog wat haren had moeten laten groeien, maar die waren onder mijn kin nog niet aanwezig. Die groeihormonen, die lieten zich pas laat melden.
Waar vrouwen, meisjes in die tijd, hun borsten op een gegeven moment voelden groeien in die dagen, moest ik ondertussen lang wachten op mijn manzijn.
Ik heb altijd ’t idee gehad dat ik pas veel later serieus werd genomen.
Dagboeken schrijven, ik hoor ’t een campingbaas nog lacherig zeggen tijdens 1 van m’n 1e wandeltochten, mijn schrift voor me, was niks voor mannen.
& M’n vriendinnen, waar ik zelden/nooit seks mee had & die ik ook niet allemaal toegang tot alles gaf: achteraf denk ik dat ze ’t wel fascinerend vonden, dat wat ik schreef, dat wat ik deelde van m’n dagboek.
Eindelijk een man. Hoofs, maar man.
Maar seks, daar moest ik uiteindelijk lang op wachten. Alle seks hierboven geïnsinueerd, dat heb ik pas laat geconsumeerd, als ik dat zo mag uitdrukken. ’t Waren oefeningen, handarbeid, dromen van een mooie toekomst.
U weet wel. Denken dat er een toekomst is.
Zeg ’t nog maar een keer.
Maar tegelijkertijd realiseren dat ’t niet zo is.
Hier terechtgekomen uit dat rare Zijperspace.